MBA- Studenten op bezoek bij Zorgnet Vlaanderen

Een blog van Clara Van den Broeck, stafmedewerker van Zorgnet Vlaanderen

bezoek

Op donderdag 21 augustus ontvingen Bernadette Van den Heuvel en ik met genoegen vijf buitenlandse MBA- studenten van de Solvay Business School in Brussel.

Cecile, Alba, Pablo en Sudhakar werken als afsluiter van hun MBA- opleiding aan een project rond residentiële ouderenzorg in België. Het is op vraag van Sodexho dat zij rond dit thema werken. Hun focus ligt vooral op de processen binnen de organisatie van een residentieel verblijf voor ouderen (value chain), de mogelijke opportuniteiten (capaciteitsgroei en mogelijkheden tot uitbesteding) en de risico’s.

Zij interviewden verschillende experten rondom dit thema en kwamen ook terecht bij Zorgnet Vlaanderen. Bernadette en ik trokken een voormiddag uit om uit te leggen hoe de vork aan de steel zit. Met de visie van Zorgnet Vlaanderen als inspiratiebron werd er ingegaan op het gedachtegoed ‘GPS 2021’ rond integratie tussen residentiële ouderenzorg en thuiszorg, alsook het netwerkverhaal waarin de verschillende lijnen elkaar vinden. Zo kregen de studenten een blik op de gewenste toekomst. Zij beseffen dat de weg nog lang en hobbelig is gezien de besparingsperikelen, de liberalisering en de moeilijke bevoegdheidsverdeling in ons land. Het werd een dynamisch interactief overleg waaruit duidelijk bleek dat de studenten goed op de hoogte zijn van de complexiteit en ook een grondig inzicht hebben in het aanbod van ouderenzorg.  

Leuk is dat dit nog niet alles is: binnenkort volgt nog een vervolg op dit overleg tijdens een rondetafelgesprek “2020 : Uitdagingen voor onze seniorenmarkt” op 10 september. Vanuit Zorgnet Vlaanderen wensen we Cecile, Alba, Pablo en Sudhakar alle succes bij het afronden van hun MBA en danken we hen voor hun interesse in ouderenzorg en onze organisatie.

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Op bezoek in de thuiszorg – Van een ervaring gesproken

Een blog van Bernadette Van den Heuvel, stafmedewerker van Zorgnet Vlaanderen

Zomer. Vakantieperiode. Tijd om dossiers bij te werken en documenten te archiveren. Maar ook tijd om mij eens te laten onderdompelen in de dagelijkse praktijk van de thuiszorg. Ik trok voor twee dagen op pad met een zorgkundige van thuiszorg vleminckveld in Antwerpen en een verpleegkundige van het Wit-Gele Kruis in Herentals.

Sociale diensten van ziekenhuizen worden vaak geconfronteerd met dringende ontslagen van patiënten die in hun thuisomgeving snel ondersteuning nodig hebben. Ook andere sociale diensten worden geconfronteerd met aanvragen voor hulpverlening die onmiddellijk dient opgestart te worden. De Diensten Gezinszorg kunnen echter niet steeds onmiddellijk een verzorgende of thuishelpster vrijmaken om deze zorg snel te verlenen. Thuiszorg vleminckveld heeft een team van zes verzorgenden en vier thuishelpsters (FLEX-team) vrijgesteld om snel en accuraat in te springen in dergelijke situaties. De hiertoe getrainde verzorgenden kunnen zeer snel de eerste noodzakelijke hulp kunnen bieden bij de cliënt, indien nodig zelfs nog voordat hij zelf thuiskomt uit het ziekenhuis. De FLEX-verzorgenden bieden hulp in afwachting tot de reguliere dienstverlening vanuit de dienst gezinszorg op gang komt. Indien het om een tijdelijke situatie gaat dan zal de cliënt binnen Flex blijven tot deze terug alleen verder kan.

(Zorgnet Vlaanderen maakte hierover eerder al een reportage, te herbekijken op Youtube)

FLEX-zorg: een harde realiteit

Na een korte breefing in de ‘headquarters’ van thuiszorg vleminckveld voerde de FLEX-zorg mij naar een hoogzwangere jonge vrouw die verbleef in een opvangvoorziening en om medische redenen de woonst niet mocht verlaten. Voor haar gingen we voeding halen met voedselbonnen bij Moeders voor Moeders in Borgerhout. Beste mensen, de confrontatie was groot. Tientallen jonge moeders met kinderen komen er wekelijks voeding halen, omdat ze geen geld hebben om deze te kopen. Na deze eerste indringende ervaring een tweede: vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg? We hielpen twee cliënten met een psychiatrische aandoening bij het afhalen van geld uit een bankautomaat, de wekelijkse boodschappen en het buiten zetten van de vuilzakken. Isolement, vereenzaming en ontreddering troef. Is dit dan de beste oplossing die we voor hen kunnen bedenken? De laatste aangrijpende confrontatie: de huisjesmelkerij in de grootstad. Vier verdiepingen hoog naar boven klimmen in het donker in een vervallen, verkrotte woning, waar meerdere gezinnen samen wonen in veel te kleine ruimten. De vervallen electriciteitskabels hangen boven onze hoofden. Op de bovenste verdieping woont een jonge buitenlandse vrouw. Ze spreekt onze taal niet, maar ze heeft zeer veel rugpijn. Zweetdruppels rollen over haar aangezicht. Een buitenlandse arts had haar slaapmedicatie gegeven die ze dag en nacht moest nemen. De pijn verdween niet, de verwardheid des te meer. Samen met haar zoon van 10 jaar naar de winkel om eten te gaan kopen. Afscheid genomen met het uitdrukkelijk advies om dringend een Belgische huisarts te consulteren om de oorzaak van de pijn op te sporen.

Thuiszorg in Herentals: gekend door alle patiënten

Een dag later meld ik me stipt aan om 07.00 uur in het hoofdkantoor van het Wit-Gele Kruis van de provincie Antwerpen in Herentals. Ik ga vandaag op ronde met een verpleegkundige die Herentals kende als haar broekzak. Meestal doet ze haar ronde met de fiets, maar mijn gezelschap zorgde ervoor dat ze vandaag haar bezoeken deed met de wagen. Elke patiënt kent ze, vaak vele maanden tot jaren. Vaak staat de voordeur open of gaat ze langs de achterdeur binnen. Ze wordt echt verwacht door haar, in overgrote meerderheid, hoogbejaarde patiënten. Het valt me op dat de meeste patiënten goed omringd zijn door mantelzorg, gezinszorg en/of aanvullende thuiszorg en/of hulpmiddelen. Hier beduidend minder confrontatie met vereenzaming en kansarmoede. Wel de ontmoeting met enkele mantelzorgers die vaak tot het uiterste gaan en gelukkig een beroep kunnen doen op een dagverzorging of kortverblijf in de buurt om even ontlast te worden van hun 24 op 24 uurs taak.

De thuisverpleegkundige voert haar verpleegkundige handelingen uit met een grote vastberadenheid, efficiëntie en deskundigheid: patiënten wassen, douchen of baden, glycaemie meten, insuline toedienen, steunkousen aan- en uittrekken, wondverzorging, medicatie nakijken en klaarzetten…. Bij haar geen automatische piloot, wel opmerkzaamheid, allertheid, aandachtigheid en authetieke bezorgdheid. Subtiele afstemming op wat echt van tel is bij elk van haar patiënten. We verzorgen ook enkele zuster in een klooster en enkele gasten die wonen in een bezigheidstehuis. We nemen afscheid van elkaar rond 21.00 uur.

Lessons learned

Ik heb vooral het contrast vastgesteld tussen de thuiszorg in een grootstedelijke en een kleinstedelijke context. Ik merkte dat de FLEX-verzorgende in zeer kwetsbare en complexe situaties praktische interventies deed, die meer dan noodzakelijk waren om deze situatie enigszins te overbruggen of beheersbaar te houden. Het betreft hier uiteraard dringende gezinszorg van eerder beperkte duur. Maar de vraag stelt zich of én hoe deze FLEX- cliënten vanuit een breder perspectief dan wel verder worden geholpen of opgevolgd. Een multidisciplinaire benadering zou hier een meerwaarde kunnen bieden. Anderzijds stelde ik vast dat de verpleegkundige activiteiten verrichtte die perfect door een verzorgende of zorgkundige uitgevoerd zouden kunnen worden, eventueel onder toezicht van een thuisverpleegkundige. Het geeft me een dubbel gevoel: taakuitzuivering lijkt hier gewenst, maar loopt het risico op bijkomende fragmentering. Wellicht moeten diensten voor gezinszorg en thuisverpleging uitdrukkelijk aangespoord worden om meer structureel te gaan samenwerken.

Mijn voornaamste opmerking houd ik voor het laatste: thuiszorg is en blijft maar mogelijk en haalbaar met de beschikbaarheid van mantelzorgers. Niet zelden moeten deze mantelzorgers beschermd worden tegen zichzelf. Vaak gaan ze ver, zeer ver in het zorgen voor hun familielid. De federale regering keurde onlangs het statuut van de mantelzorger goed. Hopelijk biedt dit statuut in de toekomst bijkomende mogelijkheden om de mantelzorgers te waarderen en te ondersteunen.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Nederlandstalige patiënten in Brussel: niet de kwantiteit maar de kwaliteit telt!

(Een bezoek van sectorcoördinator Tarsi Windey en stafmedewerkers Catherine Zenner, Bernadette Van den Heuvel, Patrick Vyncke en Karolin Vannieuwenhuyse)

Treinstaking of niet, onze afspraak met directeur dr. Caroline Verlinde en stafmedewerker Eva Leens van het Huis voor Gezondheid wilden we niet missen. Ver is de Lakensestraat niet van de Guimardstraat, maar hoewel een aantal collega’s al in overleg traden met de stafmedewerkers van Huis voor Gezondheid, was het officieel nog niet tot een echte kennismaking gekomen. Onder het motto No time like the present maakten we een tweetal uurtjes vrij om informatie uit te wisselen. En wat trokken we onze ogen open.

Het Huis voor Gezondheid zag het licht op 1 januari 2010 en wordt gesteund door de Vlaamse minister bevoegd voor Brussel en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Concreet streeft het vanuit een onafhankelijke positie naar een kwaliteitsvol zorgaanbod voor de Nederlandstalige patiënt in Brussel. Dat doet het door Nederlandskundige zorgverleners de nodige ondersteuning te bieden en samenwerking tussen organisaties en zorgverstrekkers te stimuleren.

Autochtone Brusselse Nederlandstalige patiënten maken slechts een klein deel uit van de patiënten uit in Brussel; de anderen zijn Franstalig (30 à 40%) of anderstalig. Er zijn echter ook anderstaligen die kiezen voor Nederlandstalige zorg en een derde van de Brusselse ziekenhuispatiënten komt uit de Vlaamse Rand. De realiteit in Brussel is dat mensen zich wel aanpassen als het nodig is, maar het is toch altijd gemakkelijk zorg te kunnen vragen (of verstrekken) in je eigen taal. Het Huis voor Gezondheid zet zich er dan ook voor in om ook Nederlandskundige zorgverstrekkers in Brussel te werven en ze er te houden. Dat doet het bijvoorbeeld met zijn oriëntatiegids van Nederlandstalige zorgopleidingen in Brussel, met bovendien een oplijsting van mogelijkheden om Nederlands te leren en te oefenen. Dat is niet alleen nuttig voor jonge mensen, maar ook voor zij-instromers of mensen met een migratie-achtergrond. Ook werken ze bijvoorbeeld met een H-team, een promoteam van geestdriftige gidsen uit Brusselse zorgorganisaties die leerlingen uit het vijfde en zesde leerjaar ASO, TSO en BSO willen prikkelen voor de zorgsector. Daarnaast wil het Huis voor Gezondheid meer studenten geneeskunde warm maken voor Brussel en tonen dat het negatieve imago vaak allerminst de realiteit weerspiegelt.

Een leuk initiatief van Huis voor Gezondheid is ook de zorgzoeker, die het aanbod van Nederlandstalige welzijns- en gezondheidszorg uit Brussel en de Vlaamse rand centraliseert. Makkelijk voor patiënt én verwijzer, en binnenkort ook beschikbaar voor Vlaanderen.

Via de Verwijzer wil het Huis voor Gezondheid dan weer de multidisciplinaire samenwerking en de communicatie tussen huisartsen en specialisten optimaliseren zodat zij praktische afmaken kunnen maken en ergernissen wegwerken over consultatie, opname, verblijf en ontslag.

We raden alvast aan om het het jaarverslag van 2013 eens door te pluizen. Toegankelijk geschreven en boordevol interessante informatie.

Wat de toekomst betreft: prioriteit voor het Huis voor Gezondheid is ontdekken hoe de zorg nog meer wijkgericht kan gaan werken, het verkennen van de verdere ondersteuningsmogelijkheden van ICT en het bevorderen van multidisciplinaire samenwerking. Ook de organisatie van zorg voor ouderen in een multiculturele grootstad vraagt dringend om aandacht voor cultuursensitieve zorg… Stof genoeg dus om ook de komende jaren volop in beweging te blijven en mogelijk te komen tot een nauwere samenwerking met Zorgnet Vlaanderen!

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

In de huid kruipen van de patiënt in zorgethisch lab sTimul

Image

Samen met een aantal directies van woonzorgcentra, stafmedewerkers van Zorgnet Vlaanderen, scholen en beleidsmakers onder wie Koen Geens gingen we op bezoek in het zorgethisch lab sTimul in Lubbeek. Coördinator Katrien Cornette ontving ons met een enthousiasme dat haar passie voor haar job niet kon verhullen. Onze informatie- en inleefsessie duurde een tweetal uurtjes, mensen die gaan voor the real thing spelen in sTimul twee opeenvolgende dagen en één nacht de rol van een patiënt. Studenten worden in het lab dan al even zorgverstrekker en leren uit de feedback van hun ‘patiënten’.

Bij ons bezoek bepaalde het lot (je moest een kaartje trekken) wie in de rol kroop van de patiënt en wie in de rol van zorgverlener. De beperking werd heel concreet gemaakt door de inzet van hulpmiddelen zoals rolstoelen, ouderdomssimulatieschoenen, speciale brillen die je cataractzicht gaven, en dergelijke meer. Bedoeling van sTimul is om je zo echt te laten voelen wat zorg met je doet, wanneer je je angstig voelt of eenzaam, wat er in je omgaat wanneer iemand anders je wast of verschoont… Op die manier worden zorgverstrekkers gestimuleerd om even stil te staan bij wat goede zorg is en hoe je hier meer aandacht kan aan geven in het dagelijkse leven. Katrien Cornette benadrukte wel dat in sTimul niemand wordt gedwongen om zorg te ondergaan waarbij hij zich niet goed voelt. Je kan ook een aantal time-outs nemen van je beperking. In onze groep maakten vooral de deelnemers met speciale brillen hiervan gebruik en klaagden al snel over hoofdpijn en duizelingen. Ook de beperking van afasie (taalstoornis ten gevolge van een hersenletsel) liet onze collega niet onberoerd: “ook al kun je gebruikmaken van de speciale app op de iPad, uiteindelijk heb je zelfs geen zin meer om iets te vragen. Echt heel confronterend”, klonk het.

Meer info op www.uzleuven.be/stimul

Omdat beelden altijd meer zeggen: sTimul Lubbeek maakte een filmpje over zijn werking.

Bekijk een aantal foto’s van ons bezoek

sTimul Lubbeek is het derde zorgethisch lab in België, na Moorsele en Terneuzen. Intussen lieten ook buitenlandse initiatiefnemers weten geïnteresseerd te zijn in dergelijk lab. To be continued dus!

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Op kwaliteitsvolle zorg mag niet worden ingeboet

Een blog van Nico De fauw, stafmedewerker Zorgnet Vlaanderen

Met veel goesting begon ik afgelopen weekend de opiniebijdrage van Frank van Massenhove in De Tijd te lezen. Ben nl. een trouwe twitter-volger en fan van zijn visie, stellingen en opvattingen over het nieuwe werken, de overheid en zijn openheid over moeilijke thema’s als depressie en burn-out.

Wanneer de inhoud van de blog overging naar de toewijzing van het FPC, de houding van de zorgsector en vooral het management van deze laatste ben ik toch een paar kopjes koffie moeten gaan drinken. We hebben nl. in onze social media policy een regel dat je soms best eerst even een tas koffie gaat drinken vooraleer je iets post, kwestie van de emoties wat te laten zakken.

Wat de toewijzing van het FPC betreft: Wanneer uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er 10 begeleiders per 10 geïnterneerden nodig zijn (in de praktijk komt dit neer op 1.5 voltijdse functie per geïnterneerde om een 24u/24u zorg te garanderen) om deze kwetsbare, hoog-risicogroep op herval een kans te geven op integratie dan kan de zorgsector niet anders dan hier voor te gaan. Wanneer men echter een business (centen) ruikt dan wordt de kwaliteit al eens opzij geschoven en zijn er commerciële actoren die het met minder willen doen. Wie niet kan en wil inzien dat dit gevolgen heeft voor de kwaliteit is naïef of niet bekommerd. En misschien is dat inderdaad wel zo, er zijn immers herhaaldelijk veroordelingen geweest door het Europees Hof van de Rechten van de Mens voor onze aanpak van geïnterneerden. Er is vandaag veel heisa over de erkenning van homeopathie omdat deze niet evidence-based is, wel het doen met 7 begeleiders is ook niet evidence based, effectief en kwaliteitsvol! Ook al stelt de Overheid dat dit wel voldoende is. Waar zaten al die kritische stemmen toen?

Vanuit de FPC toewijzing volgt naadloos een aanval op het management van de non-profitorganisaties waar de sociaal assistent die een avondcursus boekhouden heeft gevolgd, directeur wordt. Beste Frank, de denigrerende toon waarmee je hierover spreekt is een enorme kaakslag voor iedereen die een leidinggevende functie opneemt in de zorg. Ik ben na dit te lezen dus een ganse thermos koffie gaan drinken alvorens te reageren. In deze passage wordt de ene gemeenplaats bestreden door een andere te lanceren. Dat heel de non-profit zwak gemanaged wordt is al even grote nonsens als stellen dat heel de administratie vol klungelaars zit. Het zijn bij De Overheid ook niet alleen straffe madammen die de plak zwaaien én er lopen nog best heel wat dino’s rond. Dat blijkt ook uit mijn en onze ervaringen met de overheid, uit mails die we krijgen en verhalen die we horen op onze vormingsdagen (o.a. over goed beleid & managament). Er heeft zich de voorbije tien jaar een enorme professionalisering van het beleid in de zorg voor gedaan én van hun Raden van Bestuur. Je bent meer dan welkom hierover samen in overleg te gaan en te ervaren. Aan de andere kant wil ik graag meer dan respect vragen voor alle leidinggevende, afdelingshoofden en hoofdverpleegkundigen die een bijzonder verantwoordelijk rol opnemen, zich regelmatig bijscholen en competenties verwerven (levenslang leren, duurzaam personeelsbeleid, weet je wel?) voor een bescheiden verloning.

En tot slot wordt de zorgsector beticht een slechte verliezer te zijn en te zwaaien met het cliché van winsthongerige bedrijven die zich niets aantrekken van ordentelijke zorg. Wel Frank, het is je misschien niet opgevallen, maar er zijn op het terrein reeds heel veel vormen van samenwerking tussen De Zorg en De Privé, zeker als het gaat om het efficiënter maken van processen in de logistiek, in bouw en architectuur, in innovaties e.d. en daar zijn we voorstander van. We kunnen leren van elkaar. Maar als het gaat om de zorg voor kwetsbare mensen, patiënten, ouderen zullen wij nooit toestaan dat er toegevingen gedaan worden aan personeelsbezetting en directe zorg voor deze mensen. Ook niet wanneer De Overheid enkel oog heeft voor financiële motieven.
De slapeloze nacht omwille van de vele tassen koffie is je vergeven.

 

Deze blog staat ook gepubliceerd op de website van De Tijd.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

De (af)rekening van de verzuiling

Ik wist al dat Mieke Vogels rad van tong is, en meestal niet naar haar woorden moet zoeken. Ze maakt vlijmscherpe analyses. Ze is een politica die grote ideeën en waarden aankleeft, een vrouw met een missie.Ik heb haar boek helemaal gelezen. Ze schrijft zoals ze spreekt: glashelder.

De rekening van de verzuiling leest ook als een afrekening met bepaalde organisaties en groepen. Het woord zuil vormt de rode draad doorheen haar boek; dé zuilen (en de verzuiling als systeem) vormen de oorzaak van alles wat misloopt in zorg en welzijn. Sinds de jaren 1960 werd met de verzuiling aangegeven dat in de samenleving verschillende gescheiden belangengroepen zich op basis van levensbeschouwing of ideologie organiseren. Wie in een katholieke school schoolliep, koos ook automatisch voor een christelijk ziekenhuis of ziekenfonds. Mijn stelling is dat “verzuiling” geen gepaste term meer is om de complexiteit van het gebeuren in welzijn en gezondheid anno 2014 te vatten.

Pijnpunten

Een van de pijnpunten die Mieke in haar boek aanhaalt, is het bestaan van zeven zorgkassen. Ze berekende dat voor de uitbetaling van 321 miljoen euro 24 miljoen “kosten” nodig zijn. Mocht dit juist zijn, dan zou dit inderdaad schandalig duur zijn. Maar volgens mij gaat het niet om 7,5 % overhead, maar tussen de 2,6 en 3%. Ik raad Mieke aan om hierover een duidelijke parlementaire vraag te stellen. Als alternatief stelt Mieke één centrale overheidsdienst voor. Alleen weet ik niet of dat echt een garantie is voor lagere kosten… Bovendien is wat vrije keuze misschien ook niet slecht? We hebben keuze tussen verschillende aanbieders voor energie, voor telefonie, waarom niet voor zorgkassen? Horen we hier een pleidooi voor de grote staatsbedrijven?

Mieke vindt het ook ongezond dat ziekenfondsen tegelijk aanbieder zijn en verzekeraar, en ook beheerder van het RIZIV. Ik deel haar mening. Een andere overlegstructuur met betrokkenheid van patiëntenverenigingen en zorgaanbieders dringt zich op. Van mijn kant heb ik echter ook een probleem met gemeenten die de regierol over het zorglandschap claimen en tegelijk zelf zorg aanbieden. Openbare besturen werken gemiddeld met een hogere personeelskost. Zij zetten hun prijs naar de gebruiker kunstmatig laag, en dekken de deficits met lokaal belastinggeld. Ik vind dat niet fair tegenover de belastingbetaler die bijvoorbeeld kiest voor een ander woonzorgcentrum. Mieke is hier milder in haar beoordeling dan ik. Ik snap niet waarom.

Geen parochialisme

Maar tot zover de pijnpunten. Mieke formuleert ook een aantal hefbomen. Uitgangspunt van Mieke is de cliënt. Die moet zelf de regie in handen hebben over zijn zorgproces. Wie zorg nodig heeft, kan terecht in een laagdrempelig aanspreekpunt in de buurt of wijk. Er wordt een ondersteuningsplan opgesteld en een trajectbegeleider helpt met het zoeken naar de gepaste zorgvorm. Het concept van begeleiding van de patiënt of cliënt doorheen de verschillende zorgvormen steunen wij ten volle. Het is trouwens het eerste kernpunt van het memorandum van Zorgnet Vlaanderen.

We plaatsen wel enkele kanttekeningen bij een zorgmodel dat uitsluitend wordt georganiseerd vanuit het lokaal bestuur met het lokaal dienstencentrum als vlaggenschip. In onze visie is er geen of/of verhaal, maar veeleer een en/en. De keuzevrijheid van de cliënt is immers richtinggevend. Sommige cliënten zullen veel deugd hebben en vragen naar een zorgzame buurt, anderen zullen hieraan geen behoefte hebben en deze zelfs willen vermijden. We moeten vermijden om ‘paternalisme’ in te ruilen voor ‘parochialisme’.

Gedreven sociale ondernemers

Tot slot ben ik een beetje verbouwereerd om in het boek van Mieke te lezen dat voorzieningen per definitie gesloten bastions zijn die elke innovatie weren, en de cliënt betuttelen. Eerlijk gezegd vind ik dat een aanfluiting van wat wij zelf dagdagelijks op het terrein zien gebeuren. Er is wel degelijk een omslag bezig naar cliëntgericht werken, naar samenwerking tussen thuiszorg, eigen netwerk en de voorziening, naar zorgtrajecten en zorg op maat. Ik wil hier graag de verdediging opnemen van al die gedreven sociale ondernemers en zorgmedewerkers die dagdagelijks het beste van zichzelf geven!

Geplaatst in Geen categorie | Tags: | Een reactie plaatsen

Politici debatteren over hete hangijzers in de zorg

Stafmedewerker Bernadette Van Den Heuvel kruipt in haar pen over het Grote Verkiezingsdebat

Verkiezingsdebatten, ze hebben altijd iets spannend. Enerzijds hoop je op een pittige discussie met tegengestelde opvattingen, anderzijds hoop je stilletjes dat alle deelnemers aan het debat toch dezelfde mening hebben als die van jou. Het Grote Verkiezingsdebat Gezondheid en Welzijn dat gisterenavond georganiseerd werd door Zorgnet Vlaanderen en het Vlaams Welzijnsverbond beloofde alvast boeiend te worden. Vele geïnteresseerden begaven zich naar het grote auditorium van de Faculteit Psychologische en Pedagogische Wetenschappen van de universiteit van Gent, anderen konden dan weer via de redactie.be het gestreamde debat vanuit hun luie zetel gadeslaan. Chris De Nijs, journalist en expert in sociale zaken, stelde de vragen scherp en ad rem. De debaters hadden zich duidelijk in de materie verdiept en waren grondig voorbereid. Af en toe klonken de stemmen luider en wrong men zich in bochten om gelijk te halen, de ene met humor, de andere met een oneliner en nog een ander met cijfers en procenten.

Niet alleen de zaal kon er niet genoeg van krijgen, ook via sms en Twitter volgde boeiende en vaak pertinente en/of grappige commentaar. Actuele thema’s zoals de wachtlijsten, de gevolgen van de staatshervorming voor de zorg, de ziekenhuisfinanciering, de toekomstige Vlaamse sociale bescherming, het verhogen van de bijdragen van de zorgverzekering (al dan niet inkomensgerelateerd), de verwachte toename van het budget van de ziekteverzekering, de roep naar meer efficiëntie en kwaliteit, de regie door en de responsabilisering van de cliënt/patiënt…. passeerden de revue. Vanuit de zaal werden kritische vragen gesteld naar de beleidsvisies van de diverse partijen op het vlak van de ondersteuning van de mantelzorg, de geestelijke gezondheidszorg en de eerstelijnszorg met daarin de rol van de huisarts. De politieke vertegenwoordigers werden bevraagd naar hun mening over de toekomstige overlegstructuur in Vlaanderen in het kader van het zorgbeleid en werden aan de tand gevoeld over de concrete stappen naar het wegwerken van de wachtlijsten.

De avond was te kort om de vele vragen en bekommernissen over de toekomstbestendigheid van de gezondheids- en welzijnszorg te behandelen. Maar het debat leerde ons alvast drie zaken:

–       ‘zorg’ is een belangrijk maatschappelijk ‘goed’ (in de letterlijke en figuurlijke betekenis van het woord) en dus ‘waardevol’ voor elke politiek partij, van welke opvatting ook;

–       voor elk van de vertegenwoordigde politieke partijen is een betaalbare, toegankelijke, beschikbare en kwaliteitsvolle zorg een politieke prioriteit, maar de schaarse beschikbare middelen zullen hen dwingen om moedige politieke keuzes te maken. En wat die keuzes betreft, verschillen de politieke partijen wèl van mening;

–       de samenwerking Zorgnet Vlaanderen en het Vlaams Welzijnsverbond loont en zou best wat meer geactiveerd mogen worden.

Lees het verslag van VRT

Image

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen