Welke gezonde burger wil een kunsthart, hersenchirurgie of aan de dialyse?

Een blog van Klaartje Theunis, coördinator ouderenzorg, en Roel Van de Wygaert, stafmedewerker bij Zorgnet-Icuro

Geen enkele natuurlijk. Tenzij die burger wordt geconfronteerd met, respectievelijk, hartfalen, afasie ten gevolge van een cerebrovasculair accident, of chronisch nierfalen… U en ik zouden in dat geval met alle kracht op zoek gaan naar een arts en  een ziekenhuis, die snel en efficiënt de noodzakelijke zorgen bieden, liefst met enige garantie op succes.

Hetzelfde geldt voor woonzorgcentra. Voor 80% van de bewoners gaat het dan wel niet om wenszorg, toch is deze zorg kwalitatief goed in Vlaanderen. De woonzorgcentra dragen bij aan de levenskwaliteit en zinvolheid van het leven van ouderen, op een moment dat hun kwetsbaarheid zo is toegenomen dat een verblijf in hun eigen vertrouwde omgeving op de helling komt te staan, ondanks de vaak intensieve steun van betrokken mantelzorgers. Nog geen drie maanden voor mensen de stap naar een woonzorgcentrum zetten, zouden ze er meestal “nooit van z’n leven” naartoe willen. Van de ouderen die dan toch, willens nillens, de stap zetten, zegt een  groot deel drie maand later dingen als: “Had ik dit geweten, ik had het veel vroeger gedaan”.  Ook kinderen zijn, na de soms moeilijke maanden van vertwijfeling die aan de beslissing voorafgaan, blij dat hun ouders die stap hebben gezet. De tevredenheidsmetingen bevestigen dat.

Daarmee willen we niet zeggen dat alles in de woonzorgcentra peis en vree is. Er worden fouten gemaakt, vaak kan (en moet) het beter. Maar over all spreken we over een sector die dapper verder roeit, vaak tegen de stroom in, én met resultaten die mogen gezien worden…

Het discours rond ‘liever thuis’ is eigenlijk een fake discours. Uiteraard is iederéén het liefste thuis, wanneer die thuis een aangename en omarmde plek is. De laatste tien jaar werden thuiszorg en woonzorg meer en meer uitgebouwd als complementaire, en samenwerkende zorgvormen. Het is de logica der dingen dat ouderen ‘zo lang als mogelijk’ thuis leven, en dat woonzorg  op de voorgrond komt wanneer thuis kwaliteitsvol leven (tijdelijk) niet meer mogelijk is.  We moeten als samenleving evenwel durven nadenken over hoe we deze gegarandeerde, kwaliteitsvolle en betaalbare zorg en dienstverlening die we in Vlaanderen aan onze  ouderen kunnen bieden, binnen aanvaardbare financiële grenzen houden voor alle betrokkenen.

Vlaanderen is sinds 1 januari 2015 inhoudelijk en financieel bevoegd over woonzorg en thuiszorg voor ouderen. Thuisverpleging blijft (voorlopig?) federale bevoegdheid. Het is aan ons allen om bruggen te blijven bouwen om zo samen de meest adequate zorg te bieden aan een groep kwetsbare burgers.  We moeten daarbij de  betaalbaarheid bewaken voor de burger, naast de maatschappelijke betaalbaarheid en het financieel leefbaar klimaat voor de zorgorganisatie, zodat er ook voldoende op kwaliteit kan worden ingezet.

De gemiddelde kwaliteit  in de sector is goed.  Toch is er zeker nog ruimte voor verbetering.  Zo kan er nog meer gestreefd worden naar tevredenheid en klachtenbehandeling. Als Zorgnet-Icuro zijn wij ook zelf aan zet. Wij bepleiten een doorgedreven  transparantie en excellentie.  Het kwaliteitssysteem Prezo Woonzorg is daarvoor ons antwoord.

De uitdagingen voor de toekomst zijn groot. Het is aan de zorgaanbieders, de mantelzorgers, de ouderen zelf  om samen met de hele overheid en de maatschappij de handen in elkaar te slaan en er samen tegenaan te gaan.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Ziekenhuizen pro transparantie maar laken gebrek aan nuance

Een blogbericht van Prof. dr. Johan Kips en Vera De Troyer van Zorgnet Vlaanderen – Icuro

De Vlaamse overheid plaatst voortaan de verslagen van de ziekenhuisinspecties op de website van Zorginspectie. Momenteel staan 18 verslagen van 14 ziekenhuizen online. Zorginspectie formuleert opmerkingen en maakt een inschatting naar mogelijke repercussies op patiëntveiligheid. Enkel bij die laatste kent Zorginspectie “knipperlichten” toe, de meerderheid van de opmerkingen is van formalistische aard. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan de procedurele, gedetailleerde verplichtingen waaraan een medicatievoorschrift moet voldoen.

We maken het even heel concreet: als geneesmiddel X alleen in spuitjesvorm bestaat, dan lijkt het logisch dat de arts niet expliciet vermeldt op het voorschrift dat het via een spuit moet worden toegediend. En toch is een dergelijk voorschrift “onvolledig”. Door dergelijke zaken uit te vergroten in de media ontstaat een vertekend beeld over de aandacht die ziekenhuizen besteden aan kwaliteit en patiëntveiligheid. Het is wel degelijk zo dat de cultuur rond kwaliteitszorg de laatste jaren een geweldige boost heeft gekregen.

Zorg is een aaneenschakeling van menselijke handelingen, uitgevoerd door een team van zorgverleners. Kwaliteitssystemen zijn erop gericht om in dit geheel van handelingen te stroomlijnen en het toeval zo veel mogelijk uit te sluiten. Een accreditatiesystematiek biedt dergelijke handvaten. Zo goed als alle universitaire en algemene ziekenhuizen in Vlaanderen doorlopen momenteel vrijwillig een internationaal gevalideerd accrediteringsproces. Op die manier streven ze kwaliteit na doorheen het hele zorgtraject van de patiënt en over alle geledingen van de organisatie heen.  Een andere illustratie van de mindshift in de sector is het VIP²-project, waarbij ziekenhuiskoepels, de vereniging van Vlaamse hoofdartsen en de Vlaamse overheid de handen in elkaar hebben geslagen om een aantal kwaliteitsindicatoren (bv. over borstkanker of handhygiëne) in kaart te brengen. Alle ziekenhuizen doen hier vrijwillig aan mee.

Ziekenhuizen willen hun werkpunten ook niet wegsteken. Ze nemen het heft in handen en zijn bereid te communiceren over hun resultaten, ook over hun verbeterpunten. Ze maken die resultaten zelf kenbaar, gaan in gesprek met hun patiënten en geven de nodige duiding over wat ze doen om hun knelpunten weg te werken.

Op basis van deze en andere rapporten verbeteren ziekenhuizen hun zorg daar waar mogelijk. Wel moet vermeden worden dat onnodige onrust wordt gecreëerd door te berichten over elementen die geen impact hebben op de patiëntveiligheid. Laat ons niet vergeten dat er dagdagelijks hardwerkende zorgteams in de weer zijn om systematisch te werken aan de patiëntveiligheid en daarin goed ondersteund worden door de kwaliteitsteams en het ziekenhuismanagement. Dit type berichten stimuleert de cultuur van transparantie niet en werkt ontmoedigend voor het zorgpersoneel.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Bouwen met of zonder subsidies? Vergelijk geen appelen met peren!

pear-and-apple-1395999-m

Samen met de andere koepels uit de ouderenzorg, de vakbonden en de gebruikersorganisaties luidde Zorgnet Vlaanderen begin deze week de alarmbel over de moeilijke financiële situatie in de woonzorgcentra en de sombere vooruitzichten voor de komende jaren. We wilden hiermee een aantal problemen aankaarten: de almaar stijgende gemiddelde zorgzwaarte van bewoners in een woonzorgcentrum, de animatiesubsidies die op de helling staan, de onzekerheid over infrastructuursubsidies…

Vlaams parlementslid Freya Saeys van Open-Vld reageerde prompt met een opiniestuk. De dagprijzen hoeven volgens haar niet te stijgen ten gevolge van het uitblijven van overheidssubsidies voor infrastructuur. De commerciële woonzorgcentra bewijzen dat het ook zonder kan, en dat voor een vergelijkbare prijs voor de bewoner. Ze verwijst hiervoor onder meer naar de studie van het HIVA uit 2012 die een vergelijking maakte tussen bouwen met en zonder VIPA-middelen.

De snelle conclusie van mevrouw Saeys is wat kort door de bocht. We nodigen haar uit om de oefening te maken en met het wegvallen van 60% van de bouwfinanciering toch hetzelfde niveau van zorg en huisvesting aan te bieden. De dagprijzen van de voorzieningen die met of zonder subsidies bouwen, zijn op papier inderdaad gelijklopend. De cruciale vraag luidt echter: wordt daarmee een zelfde niveau aan zorg en dienstverlening geboden aan de cliënt? Zo toont een studie van Zorginspectie dat commerciële woonzorgcentra meer supplementen aanrekenen bovenop de dagprijs. Verder stellen we op basis van de RIZIV- cijfers vast dat vzw’s meer personeel inzetten. Naast het zorgpersoneel (waarvan de inzet bepaald wordt door normen) zetten vzw’s per 100 cliënten 19,8 VTE ondersteunend personeel in en commerciële WZC 12,4 VTE. De personeelskost voor vzw’s  stijgt verder wegens een hogere anciënniteitskost.

De HIVA-studie toont voorts aan dat voorzieningen met VIPA-subsidies gemiddeld “groter” bouwen, met vooral meer gemeenschappelijke ruimtes en personeelsruimtes. Dat komt de kwaliteit van de zorg ten goede. Het groeperen van 8 tot 12 woongelegenheden rondom een gezellige leefruimte is duurder qua bouwconcept dan een groot aantal kamers verbonden door lange gangen. VIPA-voorzieningen, die gebonden zijn aan de Vlaamse regelgeving, bouwen bovendien energiezuiniger en bieden meer gebruikscomfort. En last but not least: de wet op de overheidsopdrachten, die verplicht is voor wie met subsidies bouwt, blijkt een meerkost van 11% op het initiële investeringsbudget met zich mee te brengen.

De discussie werd al in 2013 gevoerd, en sindsdien worden steeds dezelfde manklopende vergelijkingen gemaakt. 171 voorzieningen die een dossier indienden, bevinden zich nu in een uiterst onzekere financiële situatie. Het is al te gemakkelijk om dit zomaar van tafel te vegen. Hiervoor dient op korte termijn een oplossing gevonden te worden. Het is ook voor Zorgnet Vlaanderen zonneklaar dat zich voor de toekomst een nieuwe vorm van financiering opdringt. Daarbij moet ontegensprekelijk de meeste prioriteit gaan naar de zwaarst zorgbehoevenden, en de extra kosten die dat met zich meebrengt, ook op het vlak van infrastructuur. Laat ons daar samen met de overheid constructief aan werken!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Dagboek (deel 4/4): Het leven zoals het is in wzc Sint-Carolus (Kortrijk)

Stafmedewerker ouderenzorg Karolin Vannieuwenhuyse liep vier dagen mee in een woonzorgcentrum en schrijft haar ervaringen uit in vier korte blogs. Vandaag deel 3.

Vandaag ontmoet  ik Katrien, medewerker sociale dienst.  Zij geeft mij de nodige uitleg bij het verloop van een opname. Ik heb het geluk dat die dag net familieleden langs komen in voorbereiding van een opname. De dame in kwestie was al een tijdje in kortverblijf in St. Carolus en woont nu in een flat. Zij kan in de loop van volgende week in het woonzorgcentrum komen wonen. Het zal een hele opluchting zijn voor de familie die al drie jaar de zorg op zich neemt en gaandeweg merkte dat het niet meer lukt in de flat. Mevrouw haar dementie maakt het moeilijk om haar alleen te laten.  Ze belt meerdere keren per dag en nacht naar de medewerkers van het woonzorgcentrum en lijkt enorm verward.  Ik volg het opnamegesprek mee: alle documenten bij opname worden toegelicht, de opnameovereenkomst, de interne afsprakennota, de te ondertekenen stukken zoals het mandaat voor de apotheker, het contract voor de eventuele huur van een frigo, het gebruik van bepaalde meubels voor de kamer,  de borgstelling. Alle documenten worden ondertekend door de dochter die al lange tijd de zorg op zich neemt.

Ik eindig de dag en mijn stageweek met een gesprek met de directeur.  We overlopen de week en kijken ook nog de boordtabel na, het werkinstrument voor de directie. Maandelijks worden diverse cijfers opgevolgd, de zorggraad, de bezetting, de RIZIV-inkomsten worden vergeleken met de begroting. Een tijd geleden opteerde de organisatie ervoor om mensen met O- en A-profielen niet meer op te nemen. Zij kunnen zich ook niet meer inschrijven en zo werd het onderscheid tussen de actieve en passieve wachtlijst opgeheven. Het valt de medewerker van de sociale dienst soms zwaar dat ze mensen met dergelijk profiel geen perspectieven kan bieden. We staan nog even stil bij de zorgvisie van de directie en bij de richting die zij hiermee wil uitgaan: een warme, krachtige zorg, nog meer uitgaand van de individuele noden en behoeften van toekomstige bewoners, minder routine, meer maatwerk.  Er zijn nog veel ambities, bij mij overheerst het gevoel dat de mensen hier in goede handen zijn en blijven.

Ik ben de voorziening dankbaar voor de ‘inkijk’, voor de transparantie en de zorg waarmee ik ontvangen werd. Het doet mij nog meer dan ooit beseffen welke verantwoordelijkheid we als maatschappij hebben ten aanzien van vaak zeer kwetsbare ouderen die het verdienen om goed te leven en om goede zorgen te krijgen wanneer die nodig zijn.

Dank aan de directie, alle medewerkers, de bewoners !

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Dagboek (deel 3/4): Het leven zoals het is in wzc Sint-Carolus (Kortrijk)

Stafmedewerker ouderenzorg Karolin Vannieuwenhuyse liep vier dagen mee in een woonzorgcentrum en schrijft haar ervaringen uit in vier korte blogs. Vandaag deel 3.

Ik volg een klein uurtje geheugentraining mee, een activiteit onder begeleiding van de ergotherapeute.  Vandaag krijgen we een 20-tal haspelwoorden (waarbij de letters van de woorden door elkaar worden gezet: speelplein wordt bv. pleinleesp) voorgeschoteld.  Verbazend hoe sommige bewoners die vrij snel oplossen, anderen hebben er wat meer moeite mee. Na de haspelwoorden worden de hersenen opnieuw gemasseerd en krijgen de deelnemers de opdracht om over allerhande zomerse taferelen na te denken: zonnige gerechten, verre reisbestemmingen en feestdagen in de zomer.  Er wordt een uur zeer goed en uitvoerig getraind.

Ik zit voor de middag nog even samen met stafmedewerker Philippe.  Philippe neemt mij mee in de wondere wereld van QPR, een digitale onderbouw van alle processen, activiteiten, handelingen, afspraken binnen het woonzorgcentrum… We bekijken uitgebreid hoe de indicatoren van het Vlaamse referentiekader kwaliteit geregistreerd en ook verwerkt worden. Ik leer dat wie beschikt over een goed ingevuld en volledig en correct bijgehouden zorgdossier, hier heel wat gegevens kan uitpuren.  De indicator gewichtsafname was nog niet opgenomen in het zorgdossier. Naar aanleiding van de verplichtte meting door de overheid, gebeurt dat nu wel en dat vinden de medewerkers positief.  De  eigen registratie van decubitus gebeurde daarentegen uitgebreider (vier keer per jaar) dan wat vanuit de overheid wordt gevraagd (één vaste dag).  Het aantal valincidenten en de stand van zaken van de vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen tegenwoordig ook gewoon uit het zorgdossier gehaald worden. Maar registratie kan ook misleidende effecten hebben.  Door het bijkomend registreren van het staand order in de medicatie, zal het aantal medicatie toenemen in de volgende statistieken, alhoewel er in de realiteit niets gewijzigd is.  Wat zullen de kranten hier dan weer van maken ?

’s Avonds blijf ik in het woonzorgcentrum. Op elke verdieping zijn twee medewerkers aanwezig, op de eerste verdieping zijn er drie.  Ook hier een duidelijke structuur en routine: het avondmaal wordt opgediend, mensen die vroeg wensen te gaan slapen, krijgen daartoe de kans, de medicatie wordt rondgedeeld.  Er zijn ook bewoners die erg laat gaan slapen:  het geluid van tv’s weerklinkt op de gang. De mobiele telefoon van de avond- en nachtploeg staat niet stil, ik word er nerveus van, maar de medewerkers vinden het niet abnormaal en reppen zich van de ene bewoner naar de andere, met de nodige zorg en aandacht voor elke vraag en met een professionele vaardigheid.

Vanaf 20u30 begint de nachtploeg, dan zijn er twee personen aanwezig voor de 104 bewoners, zij nemen er ook de oproepen van de bewoners van de serviceflats bij.  Op het tweede zit Suzanne om 22u nog wakker in de donkere gang.  Suzanne heeft dementie en is vaak onrustig; met rustige woorden kan verpleegkundige Katrien haar toch naar bed brengen.  Suzanne moppert over zowat alles, maar Katrien blijft er kalm bij. Het lijkt me niet evident om dat telkens waar te maken. De belletjes blijven rinkelen…de bewoners worden zo veel mogelijk op hun wenken bediend.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Dagboek (deel 2/4): Het leven zoals het is in wzc Sint-Carolus (Kortrijk)

Stafmedewerker ouderenzorg Karolin Vannieuwenhuyse liep vier dagen mee in een woonzorgcentrum en schrijft haar ervaringen uit in vier korte blogs. Vandaag deel 2.

Ik vergezel Sofie, zorgkundige in het woonzorgcentrum, op ‘haar ronde’.  We kloppen op de deur, wensen elke bewoner goedemorgen en Sofie start bij wie dat wenst de wasbeurt of geeft hulp bij het wassen wanneer de bewoner dat vraagt. Ik maak kennis met de gestructureerde routine waarin gewerkt wordt. Toch wordt ook rekening gehouden met de wensen van de bewoner: iemand die wat langer wenst te slapen, kan dat doen.  De ‘wassessies’ worden voorzien tot 11u30. Zelf vinden de medewerkers dat wat laat in de voormiddag, maar toch houden ze eraan dat iedereen elke dag gewassen wordt. Ik bemerk een grote vriendelijkheid, warme bejegening ten aanzien van de bewoners, een bezorgdheid of zij al dan niet een goede nacht hadden, een grote betrokkenheid.

Deze ochtend help ik met het rondbrengen van het ontbijt. Boterhammen worden gesmeerd, koffie uitgeschonken, het is een gezellige morgen.  Bij sommige bewoners mag ik de krant binnen brengen en we doen een babbeltje.  Daarna volgt volgens planning de verdeling van de medicijnen. Opnieuw wordt de gang met 34 bewoners doorlopen.  Ik denk aan de kilometers die hier afgelegd worden, het zijn er heel wat.  Dit werk wordt onderbroken door een doktersbezoek.  Een bewoner heeft al een paar lastige nachten achter de rug.  De dokter bespreekt de mogelijkheden met de bewoner en beslist samen met de dame in kwestie dat een ziekenhuisopname toch beter zou zijn.  De dokter vult het papieren medisch dossier in en houdt ook zijn elektronisch dossier bij. De medewerker van het woonzorgcentrum belt naar het ziekenhuis en regelt de opnamedocumenten.  Zij verwittigt ook de familie. Het blijft een lacune dat het medisch dossier niet elektronisch kan geïntegreerd worden in het bewonersdossier. Dat zou ook in het kader van de transfer naar het ziekenhuis een veel betere informatiedoorstroming betekenen.

Ik loop in de voormiddag ook even langs op de gesloten afdeling voor personen met dementie.  Daar ben ik getuige van het snoezelbadmoment van een bewoner.  Het wordt puur genieten voor deze man, die nog niet lang in het woonzorgcentrum is opgenomen en zich onrustig voelde. Twee medewerkers worden ingezet en zij geven het beste van zichzelf om het de bewoner naar zijn zin te maken.  En het werkt, na slechts enkele minuten valt de bewoner in een rustige slaap, ondersteund door beide medewerkers, met Joe Dassin op de achtergrond.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Dagboek (deel 1/4): Het leven zoals het is in wzc Sint-Carolus (Kortrijk)

 Karolin-Vannieuwenhuyse

Stafmedewerker ouderenzorg Karolin Vannieuwenhuyse liep vier dagen mee in een woonzorgcentrum en schrijft haar ervaringen uit in vier korte blogs. Vandaag deel 1.

Dinsdag 22 juli

Ik word om 9.00 verwacht in het wzc Sint-Carolus in Kortrijk. Enkele weken geleden was ik hier voor het eerst ter voorbereiding van mijn vierdaagse leerweek. Als stafmedewerker ouderenzorg wil ik vooral kennis maken met de zorgorganisatie, de werkvloer, kortom, het leven zoals het die vier dagen in het wzc is.

Directeur bewonerszorg Lynn Cools ontvangt mij hartelijk en steekt meteen van wal met informatie over de werking van de groep. Ze belicht ook haar eigen positie: ze komt uit een totaal andere sector (het onderwijs) en ik voel enige verwantschap. Om 11 uur heb ik een afspraak met Kathy, de hoofdverpleegkundige op de gesloten afdeling voor personen met dementie.  Dat betekent niet dat alle bewoners met dementie hier verblijven, het zijn voornamelijk die bewoners die wegloopgedrag vertonen. Ook op de andere afdelingen zijn er bewoners met dementie, ik verneem dat zelfs tot 50% van de bewoners een beginnende of vorderende fase van dementie heeft bereikt. Ik val binnen in het ‘overdrachtmoment’ van het zorgteam, waar de gezondheids- en leeftoestand van de bewoners wordt besproken. Wie heeft slecht geslapen, waarom is dat zo, kunnen we de bewoner gerust stellen door s’ avonds eventjes langer in de kamer te blijven, er gewoon even ‘te zijn’?

Terwijl de medewerkers zich ontfermen over de warme maaltijd, praat ik verder met Kathy. Ze maakt me wegwijs in het elektronisch zorgdossier, de module dagboek, waarin elke medewerker observaties over een bepaalde bewoner kan aanvullen. Daarnaast leer ik ook het digitale platform kennen waarlangs de medicatie wordt ingegeven. De medewerker van het woonzorgcentrum brengt de door de arts voorgeschreven medicatie in. De lokale apotheker kan inloggen in het systeem en ziet zo wat moet worden besteld. Twee keer per dag komt die apotheker langs met de voorraad medicatie, klaargezet volgens de toedieningsmomenten. De hoofdverpleegkundige krijgt ook digitaal een bericht met melding welk attest (ziekenfonds) teneinde loopt: zo is er voldoende tijd om de arts hierover aan te spreken.  De ICT-ondersteuning is hier zeer goed uitgebouwd.

In de namiddag trek ik op met ergotherapeute Els. Op het programma staat petanque, het is lekker warm weer en we nemen de bewoners mee naar het nabijgelegen park. Het duurt wel even vooraleer echt gespeeld kan worden. Maar de mensen genieten zichtbaar. Ook enige competitie is deze spelers niet vreemd. De winnaar ontvangt twee flesjes wijn en is heel tevreden.

Een bewoner vertelt mij, eens terug op zijn kamer: “t’wos ne schoane achternoene, kè mie gejeund…”. De man is heel tevreden, moe maar voldaan. Twee dames vertellen me dat ze vorig jaar ook mee hebben gedaan en dat ze dit graag nog wel eens doen. Dit is meer dan ‘animatie’, dit is begeleiden, ondersteunen, aanmoedigen en versterken van de talenten en competenties van de bewoners.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen