Welke gezonde burger wil een kunsthart, hersenchirurgie of aan de dialyse?

Een blog van Klaartje Theunis, coördinator ouderenzorg, en Roel Van de Wygaert, stafmedewerker bij Zorgnet-Icuro

Geen enkele natuurlijk. Tenzij die burger wordt geconfronteerd met, respectievelijk, hartfalen, afasie ten gevolge van een cerebrovasculair accident, of chronisch nierfalen… U en ik zouden in dat geval met alle kracht op zoek gaan naar een arts en  een ziekenhuis, die snel en efficiënt de noodzakelijke zorgen bieden, liefst met enige garantie op succes.

Hetzelfde geldt voor woonzorgcentra. Voor 80% van de bewoners gaat het dan wel niet om wenszorg, toch is deze zorg kwalitatief goed in Vlaanderen. De woonzorgcentra dragen bij aan de levenskwaliteit en zinvolheid van het leven van ouderen, op een moment dat hun kwetsbaarheid zo is toegenomen dat een verblijf in hun eigen vertrouwde omgeving op de helling komt te staan, ondanks de vaak intensieve steun van betrokken mantelzorgers. Nog geen drie maanden voor mensen de stap naar een woonzorgcentrum zetten, zouden ze er meestal “nooit van z’n leven” naartoe willen. Van de ouderen die dan toch, willens nillens, de stap zetten, zegt een  groot deel drie maand later dingen als: “Had ik dit geweten, ik had het veel vroeger gedaan”.  Ook kinderen zijn, na de soms moeilijke maanden van vertwijfeling die aan de beslissing voorafgaan, blij dat hun ouders die stap hebben gezet. De tevredenheidsmetingen bevestigen dat.

Daarmee willen we niet zeggen dat alles in de woonzorgcentra peis en vree is. Er worden fouten gemaakt, vaak kan (en moet) het beter. Maar over all spreken we over een sector die dapper verder roeit, vaak tegen de stroom in, én met resultaten die mogen gezien worden…

Het discours rond ‘liever thuis’ is eigenlijk een fake discours. Uiteraard is iederéén het liefste thuis, wanneer die thuis een aangename en omarmde plek is. De laatste tien jaar werden thuiszorg en woonzorg meer en meer uitgebouwd als complementaire, en samenwerkende zorgvormen. Het is de logica der dingen dat ouderen ‘zo lang als mogelijk’ thuis leven, en dat woonzorg  op de voorgrond komt wanneer thuis kwaliteitsvol leven (tijdelijk) niet meer mogelijk is.  We moeten als samenleving evenwel durven nadenken over hoe we deze gegarandeerde, kwaliteitsvolle en betaalbare zorg en dienstverlening die we in Vlaanderen aan onze  ouderen kunnen bieden, binnen aanvaardbare financiële grenzen houden voor alle betrokkenen.

Vlaanderen is sinds 1 januari 2015 inhoudelijk en financieel bevoegd over woonzorg en thuiszorg voor ouderen. Thuisverpleging blijft (voorlopig?) federale bevoegdheid. Het is aan ons allen om bruggen te blijven bouwen om zo samen de meest adequate zorg te bieden aan een groep kwetsbare burgers.  We moeten daarbij de  betaalbaarheid bewaken voor de burger, naast de maatschappelijke betaalbaarheid en het financieel leefbaar klimaat voor de zorgorganisatie, zodat er ook voldoende op kwaliteit kan worden ingezet.

De gemiddelde kwaliteit  in de sector is goed.  Toch is er zeker nog ruimte voor verbetering.  Zo kan er nog meer gestreefd worden naar tevredenheid en klachtenbehandeling. Als Zorgnet-Icuro zijn wij ook zelf aan zet. Wij bepleiten een doorgedreven  transparantie en excellentie.  Het kwaliteitssysteem Prezo Woonzorg is daarvoor ons antwoord.

De uitdagingen voor de toekomst zijn groot. Het is aan de zorgaanbieders, de mantelzorgers, de ouderen zelf  om samen met de hele overheid en de maatschappij de handen in elkaar te slaan en er samen tegenaan te gaan.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Ziekenhuizen pro transparantie maar laken gebrek aan nuance

Een blogbericht van Prof. dr. Johan Kips en Vera De Troyer van Zorgnet Vlaanderen – Icuro

De Vlaamse overheid plaatst voortaan de verslagen van de ziekenhuisinspecties op de website van Zorginspectie. Momenteel staan 18 verslagen van 14 ziekenhuizen online. Zorginspectie formuleert opmerkingen en maakt een inschatting naar mogelijke repercussies op patiëntveiligheid. Enkel bij die laatste kent Zorginspectie “knipperlichten” toe, de meerderheid van de opmerkingen is van formalistische aard. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan de procedurele, gedetailleerde verplichtingen waaraan een medicatievoorschrift moet voldoen.

We maken het even heel concreet: als geneesmiddel X alleen in spuitjesvorm bestaat, dan lijkt het logisch dat de arts niet expliciet vermeldt op het voorschrift dat het via een spuit moet worden toegediend. En toch is een dergelijk voorschrift “onvolledig”. Door dergelijke zaken uit te vergroten in de media ontstaat een vertekend beeld over de aandacht die ziekenhuizen besteden aan kwaliteit en patiëntveiligheid. Het is wel degelijk zo dat de cultuur rond kwaliteitszorg de laatste jaren een geweldige boost heeft gekregen.

Zorg is een aaneenschakeling van menselijke handelingen, uitgevoerd door een team van zorgverleners. Kwaliteitssystemen zijn erop gericht om in dit geheel van handelingen te stroomlijnen en het toeval zo veel mogelijk uit te sluiten. Een accreditatiesystematiek biedt dergelijke handvaten. Zo goed als alle universitaire en algemene ziekenhuizen in Vlaanderen doorlopen momenteel vrijwillig een internationaal gevalideerd accrediteringsproces. Op die manier streven ze kwaliteit na doorheen het hele zorgtraject van de patiënt en over alle geledingen van de organisatie heen.  Een andere illustratie van de mindshift in de sector is het VIP²-project, waarbij ziekenhuiskoepels, de vereniging van Vlaamse hoofdartsen en de Vlaamse overheid de handen in elkaar hebben geslagen om een aantal kwaliteitsindicatoren (bv. over borstkanker of handhygiëne) in kaart te brengen. Alle ziekenhuizen doen hier vrijwillig aan mee.

Ziekenhuizen willen hun werkpunten ook niet wegsteken. Ze nemen het heft in handen en zijn bereid te communiceren over hun resultaten, ook over hun verbeterpunten. Ze maken die resultaten zelf kenbaar, gaan in gesprek met hun patiënten en geven de nodige duiding over wat ze doen om hun knelpunten weg te werken.

Op basis van deze en andere rapporten verbeteren ziekenhuizen hun zorg daar waar mogelijk. Wel moet vermeden worden dat onnodige onrust wordt gecreëerd door te berichten over elementen die geen impact hebben op de patiëntveiligheid. Laat ons niet vergeten dat er dagdagelijks hardwerkende zorgteams in de weer zijn om systematisch te werken aan de patiëntveiligheid en daarin goed ondersteund worden door de kwaliteitsteams en het ziekenhuismanagement. Dit type berichten stimuleert de cultuur van transparantie niet en werkt ontmoedigend voor het zorgpersoneel.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Bouwen met of zonder subsidies? Vergelijk geen appelen met peren!

pear-and-apple-1395999-m

Samen met de andere koepels uit de ouderenzorg, de vakbonden en de gebruikersorganisaties luidde Zorgnet Vlaanderen begin deze week de alarmbel over de moeilijke financiële situatie in de woonzorgcentra en de sombere vooruitzichten voor de komende jaren. We wilden hiermee een aantal problemen aankaarten: de almaar stijgende gemiddelde zorgzwaarte van bewoners in een woonzorgcentrum, de animatiesubsidies die op de helling staan, de onzekerheid over infrastructuursubsidies…

Vlaams parlementslid Freya Saeys van Open-Vld reageerde prompt met een opiniestuk. De dagprijzen hoeven volgens haar niet te stijgen ten gevolge van het uitblijven van overheidssubsidies voor infrastructuur. De commerciële woonzorgcentra bewijzen dat het ook zonder kan, en dat voor een vergelijkbare prijs voor de bewoner. Ze verwijst hiervoor onder meer naar de studie van het HIVA uit 2012 die een vergelijking maakte tussen bouwen met en zonder VIPA-middelen.

De snelle conclusie van mevrouw Saeys is wat kort door de bocht. We nodigen haar uit om de oefening te maken en met het wegvallen van 60% van de bouwfinanciering toch hetzelfde niveau van zorg en huisvesting aan te bieden. De dagprijzen van de voorzieningen die met of zonder subsidies bouwen, zijn op papier inderdaad gelijklopend. De cruciale vraag luidt echter: wordt daarmee een zelfde niveau aan zorg en dienstverlening geboden aan de cliënt? Zo toont een studie van Zorginspectie dat commerciële woonzorgcentra meer supplementen aanrekenen bovenop de dagprijs. Verder stellen we op basis van de RIZIV- cijfers vast dat vzw’s meer personeel inzetten. Naast het zorgpersoneel (waarvan de inzet bepaald wordt door normen) zetten vzw’s per 100 cliënten 19,8 VTE ondersteunend personeel in en commerciële WZC 12,4 VTE. De personeelskost voor vzw’s  stijgt verder wegens een hogere anciënniteitskost.

De HIVA-studie toont voorts aan dat voorzieningen met VIPA-subsidies gemiddeld “groter” bouwen, met vooral meer gemeenschappelijke ruimtes en personeelsruimtes. Dat komt de kwaliteit van de zorg ten goede. Het groeperen van 8 tot 12 woongelegenheden rondom een gezellige leefruimte is duurder qua bouwconcept dan een groot aantal kamers verbonden door lange gangen. VIPA-voorzieningen, die gebonden zijn aan de Vlaamse regelgeving, bouwen bovendien energiezuiniger en bieden meer gebruikscomfort. En last but not least: de wet op de overheidsopdrachten, die verplicht is voor wie met subsidies bouwt, blijkt een meerkost van 11% op het initiële investeringsbudget met zich mee te brengen.

De discussie werd al in 2013 gevoerd, en sindsdien worden steeds dezelfde manklopende vergelijkingen gemaakt. 171 voorzieningen die een dossier indienden, bevinden zich nu in een uiterst onzekere financiële situatie. Het is al te gemakkelijk om dit zomaar van tafel te vegen. Hiervoor dient op korte termijn een oplossing gevonden te worden. Het is ook voor Zorgnet Vlaanderen zonneklaar dat zich voor de toekomst een nieuwe vorm van financiering opdringt. Daarbij moet ontegensprekelijk de meeste prioriteit gaan naar de zwaarst zorgbehoevenden, en de extra kosten die dat met zich meebrengt, ook op het vlak van infrastructuur. Laat ons daar samen met de overheid constructief aan werken!

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Dagboek (deel 4/4): Het leven zoals het is in wzc Sint-Carolus (Kortrijk)

Stafmedewerker ouderenzorg Karolin Vannieuwenhuyse liep vier dagen mee in een woonzorgcentrum en schrijft haar ervaringen uit in vier korte blogs. Vandaag deel 3.

Vandaag ontmoet  ik Katrien, medewerker sociale dienst.  Zij geeft mij de nodige uitleg bij het verloop van een opname. Ik heb het geluk dat die dag net familieleden langs komen in voorbereiding van een opname. De dame in kwestie was al een tijdje in kortverblijf in St. Carolus en woont nu in een flat. Zij kan in de loop van volgende week in het woonzorgcentrum komen wonen. Het zal een hele opluchting zijn voor de familie die al drie jaar de zorg op zich neemt en gaandeweg merkte dat het niet meer lukt in de flat. Mevrouw haar dementie maakt het moeilijk om haar alleen te laten.  Ze belt meerdere keren per dag en nacht naar de medewerkers van het woonzorgcentrum en lijkt enorm verward.  Ik volg het opnamegesprek mee: alle documenten bij opname worden toegelicht, de opnameovereenkomst, de interne afsprakennota, de te ondertekenen stukken zoals het mandaat voor de apotheker, het contract voor de eventuele huur van een frigo, het gebruik van bepaalde meubels voor de kamer,  de borgstelling. Alle documenten worden ondertekend door de dochter die al lange tijd de zorg op zich neemt.

Ik eindig de dag en mijn stageweek met een gesprek met de directeur.  We overlopen de week en kijken ook nog de boordtabel na, het werkinstrument voor de directie. Maandelijks worden diverse cijfers opgevolgd, de zorggraad, de bezetting, de RIZIV-inkomsten worden vergeleken met de begroting. Een tijd geleden opteerde de organisatie ervoor om mensen met O- en A-profielen niet meer op te nemen. Zij kunnen zich ook niet meer inschrijven en zo werd het onderscheid tussen de actieve en passieve wachtlijst opgeheven. Het valt de medewerker van de sociale dienst soms zwaar dat ze mensen met dergelijk profiel geen perspectieven kan bieden. We staan nog even stil bij de zorgvisie van de directie en bij de richting die zij hiermee wil uitgaan: een warme, krachtige zorg, nog meer uitgaand van de individuele noden en behoeften van toekomstige bewoners, minder routine, meer maatwerk.  Er zijn nog veel ambities, bij mij overheerst het gevoel dat de mensen hier in goede handen zijn en blijven.

Ik ben de voorziening dankbaar voor de ‘inkijk’, voor de transparantie en de zorg waarmee ik ontvangen werd. Het doet mij nog meer dan ooit beseffen welke verantwoordelijkheid we als maatschappij hebben ten aanzien van vaak zeer kwetsbare ouderen die het verdienen om goed te leven en om goede zorgen te krijgen wanneer die nodig zijn.

Dank aan de directie, alle medewerkers, de bewoners !

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Dagboek (deel 3/4): Het leven zoals het is in wzc Sint-Carolus (Kortrijk)

Stafmedewerker ouderenzorg Karolin Vannieuwenhuyse liep vier dagen mee in een woonzorgcentrum en schrijft haar ervaringen uit in vier korte blogs. Vandaag deel 3.

Ik volg een klein uurtje geheugentraining mee, een activiteit onder begeleiding van de ergotherapeute.  Vandaag krijgen we een 20-tal haspelwoorden (waarbij de letters van de woorden door elkaar worden gezet: speelplein wordt bv. pleinleesp) voorgeschoteld.  Verbazend hoe sommige bewoners die vrij snel oplossen, anderen hebben er wat meer moeite mee. Na de haspelwoorden worden de hersenen opnieuw gemasseerd en krijgen de deelnemers de opdracht om over allerhande zomerse taferelen na te denken: zonnige gerechten, verre reisbestemmingen en feestdagen in de zomer.  Er wordt een uur zeer goed en uitvoerig getraind.

Ik zit voor de middag nog even samen met stafmedewerker Philippe.  Philippe neemt mij mee in de wondere wereld van QPR, een digitale onderbouw van alle processen, activiteiten, handelingen, afspraken binnen het woonzorgcentrum… We bekijken uitgebreid hoe de indicatoren van het Vlaamse referentiekader kwaliteit geregistreerd en ook verwerkt worden. Ik leer dat wie beschikt over een goed ingevuld en volledig en correct bijgehouden zorgdossier, hier heel wat gegevens kan uitpuren.  De indicator gewichtsafname was nog niet opgenomen in het zorgdossier. Naar aanleiding van de verplichtte meting door de overheid, gebeurt dat nu wel en dat vinden de medewerkers positief.  De  eigen registratie van decubitus gebeurde daarentegen uitgebreider (vier keer per jaar) dan wat vanuit de overheid wordt gevraagd (één vaste dag).  Het aantal valincidenten en de stand van zaken van de vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen tegenwoordig ook gewoon uit het zorgdossier gehaald worden. Maar registratie kan ook misleidende effecten hebben.  Door het bijkomend registreren van het staand order in de medicatie, zal het aantal medicatie toenemen in de volgende statistieken, alhoewel er in de realiteit niets gewijzigd is.  Wat zullen de kranten hier dan weer van maken ?

’s Avonds blijf ik in het woonzorgcentrum. Op elke verdieping zijn twee medewerkers aanwezig, op de eerste verdieping zijn er drie.  Ook hier een duidelijke structuur en routine: het avondmaal wordt opgediend, mensen die vroeg wensen te gaan slapen, krijgen daartoe de kans, de medicatie wordt rondgedeeld.  Er zijn ook bewoners die erg laat gaan slapen:  het geluid van tv’s weerklinkt op de gang. De mobiele telefoon van de avond- en nachtploeg staat niet stil, ik word er nerveus van, maar de medewerkers vinden het niet abnormaal en reppen zich van de ene bewoner naar de andere, met de nodige zorg en aandacht voor elke vraag en met een professionele vaardigheid.

Vanaf 20u30 begint de nachtploeg, dan zijn er twee personen aanwezig voor de 104 bewoners, zij nemen er ook de oproepen van de bewoners van de serviceflats bij.  Op het tweede zit Suzanne om 22u nog wakker in de donkere gang.  Suzanne heeft dementie en is vaak onrustig; met rustige woorden kan verpleegkundige Katrien haar toch naar bed brengen.  Suzanne moppert over zowat alles, maar Katrien blijft er kalm bij. Het lijkt me niet evident om dat telkens waar te maken. De belletjes blijven rinkelen…de bewoners worden zo veel mogelijk op hun wenken bediend.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Dagboek (deel 2/4): Het leven zoals het is in wzc Sint-Carolus (Kortrijk)

Stafmedewerker ouderenzorg Karolin Vannieuwenhuyse liep vier dagen mee in een woonzorgcentrum en schrijft haar ervaringen uit in vier korte blogs. Vandaag deel 2.

Ik vergezel Sofie, zorgkundige in het woonzorgcentrum, op ‘haar ronde’.  We kloppen op de deur, wensen elke bewoner goedemorgen en Sofie start bij wie dat wenst de wasbeurt of geeft hulp bij het wassen wanneer de bewoner dat vraagt. Ik maak kennis met de gestructureerde routine waarin gewerkt wordt. Toch wordt ook rekening gehouden met de wensen van de bewoner: iemand die wat langer wenst te slapen, kan dat doen.  De ‘wassessies’ worden voorzien tot 11u30. Zelf vinden de medewerkers dat wat laat in de voormiddag, maar toch houden ze eraan dat iedereen elke dag gewassen wordt. Ik bemerk een grote vriendelijkheid, warme bejegening ten aanzien van de bewoners, een bezorgdheid of zij al dan niet een goede nacht hadden, een grote betrokkenheid.

Deze ochtend help ik met het rondbrengen van het ontbijt. Boterhammen worden gesmeerd, koffie uitgeschonken, het is een gezellige morgen.  Bij sommige bewoners mag ik de krant binnen brengen en we doen een babbeltje.  Daarna volgt volgens planning de verdeling van de medicijnen. Opnieuw wordt de gang met 34 bewoners doorlopen.  Ik denk aan de kilometers die hier afgelegd worden, het zijn er heel wat.  Dit werk wordt onderbroken door een doktersbezoek.  Een bewoner heeft al een paar lastige nachten achter de rug.  De dokter bespreekt de mogelijkheden met de bewoner en beslist samen met de dame in kwestie dat een ziekenhuisopname toch beter zou zijn.  De dokter vult het papieren medisch dossier in en houdt ook zijn elektronisch dossier bij. De medewerker van het woonzorgcentrum belt naar het ziekenhuis en regelt de opnamedocumenten.  Zij verwittigt ook de familie. Het blijft een lacune dat het medisch dossier niet elektronisch kan geïntegreerd worden in het bewonersdossier. Dat zou ook in het kader van de transfer naar het ziekenhuis een veel betere informatiedoorstroming betekenen.

Ik loop in de voormiddag ook even langs op de gesloten afdeling voor personen met dementie.  Daar ben ik getuige van het snoezelbadmoment van een bewoner.  Het wordt puur genieten voor deze man, die nog niet lang in het woonzorgcentrum is opgenomen en zich onrustig voelde. Twee medewerkers worden ingezet en zij geven het beste van zichzelf om het de bewoner naar zijn zin te maken.  En het werkt, na slechts enkele minuten valt de bewoner in een rustige slaap, ondersteund door beide medewerkers, met Joe Dassin op de achtergrond.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , | 1 reactie

Dagboek (deel 1/4): Het leven zoals het is in wzc Sint-Carolus (Kortrijk)

 Karolin-Vannieuwenhuyse

Stafmedewerker ouderenzorg Karolin Vannieuwenhuyse liep vier dagen mee in een woonzorgcentrum en schrijft haar ervaringen uit in vier korte blogs. Vandaag deel 1.

Dinsdag 22 juli

Ik word om 9.00 verwacht in het wzc Sint-Carolus in Kortrijk. Enkele weken geleden was ik hier voor het eerst ter voorbereiding van mijn vierdaagse leerweek. Als stafmedewerker ouderenzorg wil ik vooral kennis maken met de zorgorganisatie, de werkvloer, kortom, het leven zoals het die vier dagen in het wzc is.

Directeur bewonerszorg Lynn Cools ontvangt mij hartelijk en steekt meteen van wal met informatie over de werking van de groep. Ze belicht ook haar eigen positie: ze komt uit een totaal andere sector (het onderwijs) en ik voel enige verwantschap. Om 11 uur heb ik een afspraak met Kathy, de hoofdverpleegkundige op de gesloten afdeling voor personen met dementie.  Dat betekent niet dat alle bewoners met dementie hier verblijven, het zijn voornamelijk die bewoners die wegloopgedrag vertonen. Ook op de andere afdelingen zijn er bewoners met dementie, ik verneem dat zelfs tot 50% van de bewoners een beginnende of vorderende fase van dementie heeft bereikt. Ik val binnen in het ‘overdrachtmoment’ van het zorgteam, waar de gezondheids- en leeftoestand van de bewoners wordt besproken. Wie heeft slecht geslapen, waarom is dat zo, kunnen we de bewoner gerust stellen door s’ avonds eventjes langer in de kamer te blijven, er gewoon even ‘te zijn’?

Terwijl de medewerkers zich ontfermen over de warme maaltijd, praat ik verder met Kathy. Ze maakt me wegwijs in het elektronisch zorgdossier, de module dagboek, waarin elke medewerker observaties over een bepaalde bewoner kan aanvullen. Daarnaast leer ik ook het digitale platform kennen waarlangs de medicatie wordt ingegeven. De medewerker van het woonzorgcentrum brengt de door de arts voorgeschreven medicatie in. De lokale apotheker kan inloggen in het systeem en ziet zo wat moet worden besteld. Twee keer per dag komt die apotheker langs met de voorraad medicatie, klaargezet volgens de toedieningsmomenten. De hoofdverpleegkundige krijgt ook digitaal een bericht met melding welk attest (ziekenfonds) teneinde loopt: zo is er voldoende tijd om de arts hierover aan te spreken.  De ICT-ondersteuning is hier zeer goed uitgebouwd.

In de namiddag trek ik op met ergotherapeute Els. Op het programma staat petanque, het is lekker warm weer en we nemen de bewoners mee naar het nabijgelegen park. Het duurt wel even vooraleer echt gespeeld kan worden. Maar de mensen genieten zichtbaar. Ook enige competitie is deze spelers niet vreemd. De winnaar ontvangt twee flesjes wijn en is heel tevreden.

Een bewoner vertelt mij, eens terug op zijn kamer: “t’wos ne schoane achternoene, kè mie gejeund…”. De man is heel tevreden, moe maar voldaan. Twee dames vertellen me dat ze vorig jaar ook mee hebben gedaan en dat ze dit graag nog wel eens doen. Dit is meer dan ‘animatie’, dit is begeleiden, ondersteunen, aanmoedigen en versterken van de talenten en competenties van de bewoners.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

MBA- Studenten op bezoek bij Zorgnet Vlaanderen

Een blog van Clara Van den Broeck, stafmedewerker van Zorgnet Vlaanderen

bezoek

Op donderdag 21 augustus ontvingen Bernadette Van den Heuvel en ik met genoegen vijf buitenlandse MBA- studenten van de Solvay Business School in Brussel.

Cecile, Alba, Pablo en Sudhakar werken als afsluiter van hun MBA- opleiding aan een project rond residentiële ouderenzorg in België. Het is op vraag van Sodexho dat zij rond dit thema werken. Hun focus ligt vooral op de processen binnen de organisatie van een residentieel verblijf voor ouderen (value chain), de mogelijke opportuniteiten (capaciteitsgroei en mogelijkheden tot uitbesteding) en de risico’s.

Zij interviewden verschillende experten rondom dit thema en kwamen ook terecht bij Zorgnet Vlaanderen. Bernadette en ik trokken een voormiddag uit om uit te leggen hoe de vork aan de steel zit. Met de visie van Zorgnet Vlaanderen als inspiratiebron werd er ingegaan op het gedachtegoed ‘GPS 2021’ rond integratie tussen residentiële ouderenzorg en thuiszorg, alsook het netwerkverhaal waarin de verschillende lijnen elkaar vinden. Zo kregen de studenten een blik op de gewenste toekomst. Zij beseffen dat de weg nog lang en hobbelig is gezien de besparingsperikelen, de liberalisering en de moeilijke bevoegdheidsverdeling in ons land. Het werd een dynamisch interactief overleg waaruit duidelijk bleek dat de studenten goed op de hoogte zijn van de complexiteit en ook een grondig inzicht hebben in het aanbod van ouderenzorg.  

Leuk is dat dit nog niet alles is: binnenkort volgt nog een vervolg op dit overleg tijdens een rondetafelgesprek “2020 : Uitdagingen voor onze seniorenmarkt” op 10 september. Vanuit Zorgnet Vlaanderen wensen we Cecile, Alba, Pablo en Sudhakar alle succes bij het afronden van hun MBA en danken we hen voor hun interesse in ouderenzorg en onze organisatie.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Op bezoek in de thuiszorg – Van een ervaring gesproken

Een blog van Bernadette Van den Heuvel, stafmedewerker van Zorgnet Vlaanderen

Zomer. Vakantieperiode. Tijd om dossiers bij te werken en documenten te archiveren. Maar ook tijd om mij eens te laten onderdompelen in de dagelijkse praktijk van de thuiszorg. Ik trok voor twee dagen op pad met een zorgkundige van thuiszorg vleminckveld in Antwerpen en een verpleegkundige van het Wit-Gele Kruis in Herentals.

Sociale diensten van ziekenhuizen worden vaak geconfronteerd met dringende ontslagen van patiënten die in hun thuisomgeving snel ondersteuning nodig hebben. Ook andere sociale diensten worden geconfronteerd met aanvragen voor hulpverlening die onmiddellijk dient opgestart te worden. De Diensten Gezinszorg kunnen echter niet steeds onmiddellijk een verzorgende of thuishelpster vrijmaken om deze zorg snel te verlenen. Thuiszorg vleminckveld heeft een team van zes verzorgenden en vier thuishelpsters (FLEX-team) vrijgesteld om snel en accuraat in te springen in dergelijke situaties. De hiertoe getrainde verzorgenden kunnen zeer snel de eerste noodzakelijke hulp kunnen bieden bij de cliënt, indien nodig zelfs nog voordat hij zelf thuiskomt uit het ziekenhuis. De FLEX-verzorgenden bieden hulp in afwachting tot de reguliere dienstverlening vanuit de dienst gezinszorg op gang komt. Indien het om een tijdelijke situatie gaat dan zal de cliënt binnen Flex blijven tot deze terug alleen verder kan.

(Zorgnet Vlaanderen maakte hierover eerder al een reportage, te herbekijken op Youtube)

FLEX-zorg: een harde realiteit

Na een korte breefing in de ‘headquarters’ van thuiszorg vleminckveld voerde de FLEX-zorg mij naar een hoogzwangere jonge vrouw die verbleef in een opvangvoorziening en om medische redenen de woonst niet mocht verlaten. Voor haar gingen we voeding halen met voedselbonnen bij Moeders voor Moeders in Borgerhout. Beste mensen, de confrontatie was groot. Tientallen jonge moeders met kinderen komen er wekelijks voeding halen, omdat ze geen geld hebben om deze te kopen. Na deze eerste indringende ervaring een tweede: vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg? We hielpen twee cliënten met een psychiatrische aandoening bij het afhalen van geld uit een bankautomaat, de wekelijkse boodschappen en het buiten zetten van de vuilzakken. Isolement, vereenzaming en ontreddering troef. Is dit dan de beste oplossing die we voor hen kunnen bedenken? De laatste aangrijpende confrontatie: de huisjesmelkerij in de grootstad. Vier verdiepingen hoog naar boven klimmen in het donker in een vervallen, verkrotte woning, waar meerdere gezinnen samen wonen in veel te kleine ruimten. De vervallen electriciteitskabels hangen boven onze hoofden. Op de bovenste verdieping woont een jonge buitenlandse vrouw. Ze spreekt onze taal niet, maar ze heeft zeer veel rugpijn. Zweetdruppels rollen over haar aangezicht. Een buitenlandse arts had haar slaapmedicatie gegeven die ze dag en nacht moest nemen. De pijn verdween niet, de verwardheid des te meer. Samen met haar zoon van 10 jaar naar de winkel om eten te gaan kopen. Afscheid genomen met het uitdrukkelijk advies om dringend een Belgische huisarts te consulteren om de oorzaak van de pijn op te sporen.

Thuiszorg in Herentals: gekend door alle patiënten

Een dag later meld ik me stipt aan om 07.00 uur in het hoofdkantoor van het Wit-Gele Kruis van de provincie Antwerpen in Herentals. Ik ga vandaag op ronde met een verpleegkundige die Herentals kende als haar broekzak. Meestal doet ze haar ronde met de fiets, maar mijn gezelschap zorgde ervoor dat ze vandaag haar bezoeken deed met de wagen. Elke patiënt kent ze, vaak vele maanden tot jaren. Vaak staat de voordeur open of gaat ze langs de achterdeur binnen. Ze wordt echt verwacht door haar, in overgrote meerderheid, hoogbejaarde patiënten. Het valt me op dat de meeste patiënten goed omringd zijn door mantelzorg, gezinszorg en/of aanvullende thuiszorg en/of hulpmiddelen. Hier beduidend minder confrontatie met vereenzaming en kansarmoede. Wel de ontmoeting met enkele mantelzorgers die vaak tot het uiterste gaan en gelukkig een beroep kunnen doen op een dagverzorging of kortverblijf in de buurt om even ontlast te worden van hun 24 op 24 uurs taak.

De thuisverpleegkundige voert haar verpleegkundige handelingen uit met een grote vastberadenheid, efficiëntie en deskundigheid: patiënten wassen, douchen of baden, glycaemie meten, insuline toedienen, steunkousen aan- en uittrekken, wondverzorging, medicatie nakijken en klaarzetten…. Bij haar geen automatische piloot, wel opmerkzaamheid, allertheid, aandachtigheid en authetieke bezorgdheid. Subtiele afstemming op wat echt van tel is bij elk van haar patiënten. We verzorgen ook enkele zuster in een klooster en enkele gasten die wonen in een bezigheidstehuis. We nemen afscheid van elkaar rond 21.00 uur.

Lessons learned

Ik heb vooral het contrast vastgesteld tussen de thuiszorg in een grootstedelijke en een kleinstedelijke context. Ik merkte dat de FLEX-verzorgende in zeer kwetsbare en complexe situaties praktische interventies deed, die meer dan noodzakelijk waren om deze situatie enigszins te overbruggen of beheersbaar te houden. Het betreft hier uiteraard dringende gezinszorg van eerder beperkte duur. Maar de vraag stelt zich of én hoe deze FLEX- cliënten vanuit een breder perspectief dan wel verder worden geholpen of opgevolgd. Een multidisciplinaire benadering zou hier een meerwaarde kunnen bieden. Anderzijds stelde ik vast dat de verpleegkundige activiteiten verrichtte die perfect door een verzorgende of zorgkundige uitgevoerd zouden kunnen worden, eventueel onder toezicht van een thuisverpleegkundige. Het geeft me een dubbel gevoel: taakuitzuivering lijkt hier gewenst, maar loopt het risico op bijkomende fragmentering. Wellicht moeten diensten voor gezinszorg en thuisverpleging uitdrukkelijk aangespoord worden om meer structureel te gaan samenwerken.

Mijn voornaamste opmerking houd ik voor het laatste: thuiszorg is en blijft maar mogelijk en haalbaar met de beschikbaarheid van mantelzorgers. Niet zelden moeten deze mantelzorgers beschermd worden tegen zichzelf. Vaak gaan ze ver, zeer ver in het zorgen voor hun familielid. De federale regering keurde onlangs het statuut van de mantelzorger goed. Hopelijk biedt dit statuut in de toekomst bijkomende mogelijkheden om de mantelzorgers te waarderen en te ondersteunen.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Nederlandstalige patiënten in Brussel: niet de kwantiteit maar de kwaliteit telt!

(Een bezoek van sectorcoördinator Tarsi Windey en stafmedewerkers Catherine Zenner, Bernadette Van den Heuvel, Patrick Vyncke en Karolin Vannieuwenhuyse)

Treinstaking of niet, onze afspraak met directeur dr. Caroline Verlinde en stafmedewerker Eva Leens van het Huis voor Gezondheid wilden we niet missen. Ver is de Lakensestraat niet van de Guimardstraat, maar hoewel een aantal collega’s al in overleg traden met de stafmedewerkers van Huis voor Gezondheid, was het officieel nog niet tot een echte kennismaking gekomen. Onder het motto No time like the present maakten we een tweetal uurtjes vrij om informatie uit te wisselen. En wat trokken we onze ogen open.

Het Huis voor Gezondheid zag het licht op 1 januari 2010 en wordt gesteund door de Vlaamse minister bevoegd voor Brussel en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Concreet streeft het vanuit een onafhankelijke positie naar een kwaliteitsvol zorgaanbod voor de Nederlandstalige patiënt in Brussel. Dat doet het door Nederlandskundige zorgverleners de nodige ondersteuning te bieden en samenwerking tussen organisaties en zorgverstrekkers te stimuleren.

Autochtone Brusselse Nederlandstalige patiënten maken slechts een klein deel uit van de patiënten uit in Brussel; de anderen zijn Franstalig (30 à 40%) of anderstalig. Er zijn echter ook anderstaligen die kiezen voor Nederlandstalige zorg en een derde van de Brusselse ziekenhuispatiënten komt uit de Vlaamse Rand. De realiteit in Brussel is dat mensen zich wel aanpassen als het nodig is, maar het is toch altijd gemakkelijk zorg te kunnen vragen (of verstrekken) in je eigen taal. Het Huis voor Gezondheid zet zich er dan ook voor in om ook Nederlandskundige zorgverstrekkers in Brussel te werven en ze er te houden. Dat doet het bijvoorbeeld met zijn oriëntatiegids van Nederlandstalige zorgopleidingen in Brussel, met bovendien een oplijsting van mogelijkheden om Nederlands te leren en te oefenen. Dat is niet alleen nuttig voor jonge mensen, maar ook voor zij-instromers of mensen met een migratie-achtergrond. Ook werken ze bijvoorbeeld met een H-team, een promoteam van geestdriftige gidsen uit Brusselse zorgorganisaties die leerlingen uit het vijfde en zesde leerjaar ASO, TSO en BSO willen prikkelen voor de zorgsector. Daarnaast wil het Huis voor Gezondheid meer studenten geneeskunde warm maken voor Brussel en tonen dat het negatieve imago vaak allerminst de realiteit weerspiegelt.

Een leuk initiatief van Huis voor Gezondheid is ook de zorgzoeker, die het aanbod van Nederlandstalige welzijns- en gezondheidszorg uit Brussel en de Vlaamse rand centraliseert. Makkelijk voor patiënt én verwijzer, en binnenkort ook beschikbaar voor Vlaanderen.

Via de Verwijzer wil het Huis voor Gezondheid dan weer de multidisciplinaire samenwerking en de communicatie tussen huisartsen en specialisten optimaliseren zodat zij praktische afmaken kunnen maken en ergernissen wegwerken over consultatie, opname, verblijf en ontslag.

We raden alvast aan om het het jaarverslag van 2013 eens door te pluizen. Toegankelijk geschreven en boordevol interessante informatie.

Wat de toekomst betreft: prioriteit voor het Huis voor Gezondheid is ontdekken hoe de zorg nog meer wijkgericht kan gaan werken, het verkennen van de verdere ondersteuningsmogelijkheden van ICT en het bevorderen van multidisciplinaire samenwerking. Ook de organisatie van zorg voor ouderen in een multiculturele grootstad vraagt dringend om aandacht voor cultuursensitieve zorg… Stof genoeg dus om ook de komende jaren volop in beweging te blijven en mogelijk te komen tot een nauwere samenwerking met Zorgnet Vlaanderen!

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , | 1 reactie