Duale systeem is passé

Vorige week donderdag was ik uitgenodigd om deel te nemen aan een symposium van het artsensyndicaat ASGB. Ik sprak er over de ziekenhuisfinanciering als hefboom voor een HR-beleid voor artsen.

Human resources en ziekenhuisartsen. Het is een thema dat veel te lang stiefmoederlijk behandeld is. Maar het artsenberoep maakt een belangrijke evolutie door. Meest in het oog springend zijn de vergrijzing, de vervrouwelijking en het nijpende tekort aan artsen in sommige specialismen. Bovendien is er om diverse redenen een vlucht van artsen uit de ziekenhuizen, ten voordele van de huispraktijk of een privékliniek. Daarnaast zijn vooral jonge artsen meer en meer vragende partij voor een evenwichtige work-life balance. Om al deze redenen besteden ziekenhuizen terecht meer en meer aandacht aan een goed HR-beleid voor hun artsen.

Na het symposium bleef ik nog even napraten met enkele artsen. Die informele contacten leren heel veel. Bijvoorbeeld dat de jonge generatie, en vooral de vrouwelijke artsen, heel anders tegen de dingen aankijkt dan de oudere generatie. De jonge generatie heeft minder last van het vijandbeeld ten aanzien van ziekenhuizen. Zij staan open voor samenwerking, ze willen betrokken worden bij het beleid, zolang ook zij de ruimte krijgen om zich professioneel en privé te optimaal ontwikkelen. Ook in de ziekenhuizen zie je trouwens die evolutie plaatsgrijpen. Voor jongere directies is het evident dat de artsen betrokken worden bij de strategie, het financieel beleid en het investeringsbeleid van het ziekenhuis.

Meer en meer wordt het iedereen duidelijk dat het huidige duale systeem passé is. Om de samenwerking tussen artsen en ziekenhuizen alle kansen te geven, moet ook de financiering daarop afgestemd worden. De tijd is er rijp voor. Voor artsen en ziekenhuizen kan dat een win-winsituatie betekenen. En voor de patiënt al helemaal! Wie heeft de moed om te breken met achterhaalde concepten en samen de toekomst voor te bereiden?

Geplaatst in Management en beleid, Verhalen uit de praktijk, Ziekenhuizen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Tristesse van wie?

Rusthuizen zijn vaak te defensief ingesteld om te leren uit kritiek. Dit stelt klinisch psycholoog Luc Van de Ven van UZ Leuven in het artikel ‘Rusthuis Tristesse’ in De Standaard van 12 november. Inderdaad, elke klacht is een unieke kans om je organisatie bij te sturen, fouten in de toekomst te vermijden en de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren. Zorgnet Vlaanderen stimuleert al jaren initiatieven die de zorgkwaliteit en de participatie van de bewoners in de woonzorgcentra bevorderen en velen maken daar elke dag werk van. Meestal is er een bewonersraad actief, worden er frequent tevredenheidsmetingen gedaan en kwaliteitsprojecten opgezet (decubituspreventie, medicatie, besmettingsrisico, voeding…). Bovendien hebben we een systeem van zelfevaluatie opgezet, dat heel methodisch is opgebouwd en de sterke en zwakke punten blootlegt. Zo kunnen we verbeterplannen opmaken. Dat is voor ons de eerste stap naar een accreditering van woonzorgcentra. Goede zorg organiseren, vertaald naar de normen van vandaag, is de doelstelling, en een defensieve houding moeten we overstijgen.

In Vlaanderen is de inspectie trouwens behoorlijk streng. De inspectieverslagen zijn publiek beschikbaar. De opeenvolgende ministers van Welzijn waren niet te beroerd om woonzorgcentra te sluiten indien ze niet aan de normen beantwoordden. Volkomen terecht.

Moeten we dan ook de kritiek in de reeks ‘Rusthuis Tristesse’ van De Standaard met open armen ontvangen? Liggen hier kansen waaruit we kunnen leren? Jammer genoeg niet. Daarvoor is het openingsartikel van de reeks te tendentieus, te anekdotisch, te intellectueel oneerlijk. We verklaren ons nader.

Vandaag wonen bijna zeventigduizend mensen in een woonzorgcentrum en ja, daar lopen soms zaken verkeerd. “Voor de bewoner en soms nog meer voor zijn familie, is elk incident er één te veel”, stelt de journalist terecht. We moeten de lat inderdaad hoog leggen. Maar het is wel erg gemakkelijk om langs te gaan bij de Rusthuisinfofoon en de Zorginspectie, daar wat klachten te sprokkelen, er enkele schrijnende verhalen uit te pikken en dan boudweg te stellen: dit is de situatie in de woonzorgcentra, “dit is waarop u zich kunt voorbereiden”. Dit ene zinnetje in de inleiding tot de hele reeks zet de toon meteen. Enkele mistoestanden worden geïsoleerd en zo vanzelf uitvergroot. En het resultaat wordt voorgesteld als ‘de werkelijkheid’ in ‘het rusthuis’.

“De goede voorbeelden zijn dunner gezaaid dan iedereen hoopt”, klinkt het. Zorgnet Vlaanderen zal u tegenover elk voorbeeld van een mistoestand in een woonzorgcentrum honderd positieve voorbeelden geven. Voorbeelden die medewerkers kunnen geven van geslaagde activiteiten die worden georganiseerd, menselijk aangrijpende verhalen van bewoners die uit de eenzaamheid worden getild en zich terug goed en veilig voelen. Voorbeelden verteld door de duizenden vrijwilligers die helpen zorgen voor ontspanning, creativiteit, activering. Voorbeelden van mooie projecten met jongeren van 17, 18 jaar. Dankzij het curriculum in het secundair onderwijs gebeurt dat vaak. Cultuuravonden voor de gemeente of de buurt, die heel bewust georganiseerd worden in het woonzorgcentrum, omdat dit een stapje naar openheid en integratie is.

Wat wel klopt in het artikel, is dat er in de ouderenzorg een nijpend gebrek aan personeel is. De overheid, de VDAB, de vakbonden en de woonzorgcentra doen grote inspanningen om meer mensen te overtuigen om in de zorg te komen werken. Jammer genoeg worden deze inspanningen vaak teniet gedaan door ongenuanceerde berichtgeving die uitsluitend focust op het negatieve.

Onze zorgmedewerkers zijn goud waard. Het is dankzij hun volgehouden engagement en hun oprechte liefde voor hun job dat er elke dag kleine en grote wonderen gebeuren. Want geef toe: ’s nachts als verzorgende helemaal alleen de verantwoordelijkheid moeten dragen voor zestig zwaar zorgbehoevende ouderen die onrustig slapen, geregeld naar het toilet moeten, verzorgd moeten worden, liggen te tobben en soms ook angstig zijn, je moet het maar doen! Gelukkig krijgen deze zorgmedewerkers heel veel dankbaarheid terug van bewoners en familieleden. Geef hen maatschappelijke waardering. Zoals in elke sector en in elk beroep worden fouten gemaakt. Maar hoe je met dit gegeven omgaat, dat is precies de uitdaging.

Dit vraagt verantwoordelijkheid van iedereen. Maak van de buurten veilige en solidaire leefgemeenschappen, zodat mensen niet vereenzamen. Organiseer passende zorgvormen zodat mensen ook tijdelijk kunnen ondersteund en geholpen worden. Maak van rusthuizen open woonzorgcentra, mooi geïntegreerd in de lokale leefgemeenschap. Ga frequent op bezoek bij ouderen, organiseer activiteiten, of steun het vrijwilligerswerk.

Waarom tristesse rond ouderenzorg? Daar moeten we als samenleving eens goed over nadenken. We slaagden er de laatste 40 jaar in om de levensduur met 10 jaar te verlengen. Er bestaan uiteraard grote verschillen tussen mensen. Maar statistisch zijn er 10 gezonde levensjaren toegevoegd. En even statistisch zijn de laatste twee levensjaren een periode van kommer en kwel, van mentale en fysieke achteruitgang. Vroeger rond de 70 jaar, vandaag rond de 80 jaar. En sterven doen we. Daar is niets aan veranderd. Dit is de tristesse van ons bestaan.

Aan deze existentiële realiteit kunnen we niets wijzigen. Maar aan de manier waarop we onze ouderen met zorg, aandacht en warmte omgeven… daar hebben we heel veel mogelijkheden om het goed te doen, telkens beter te doen, zowel in de thuiszorg als in de residentiële zorg.

Deze opiniebijdrage verscheen op maandag 14 november in De Standaard, mee ondertekend door Guido Van Oevelen, voorzitter van Zorgnet Vlaanderen.

 

Geplaatst in Communicatie en marketing, Ouderenzorg, Verhalen uit de praktijk | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

“Verplegen is méér dan een wit schortje aandoen”

Maandagavond organiseerde Vlaams Volksvertegenwoordiger Veli Yüksel in het Buurtcentrum Sluizeken-Tolhuis-Ham in Gent een infoavond over ‘Kleur in de zorg’. Een parkeerplaats vinden in de gezellige multiculturele wijk was geen sinecure, maar uiteindelijk kon ik toch aanschuiven voor de boeiende inleiding van Yüksel, die hij zowel in het Turks als in het Nederlands bracht. Het inzetten van allochtone medewerkers in de zorg is volgens hem niet alleen cruciaal om de tekorten op te vangen, maar vormt ook een meerwaarde bij de verzorging van allochtone patiënten of bewoners. “Mensen zijn immers meer op hun gemak wanneer ze merken dat er mensen zijn die hun eigen taal spreken”, klonk het.

Minister Vandeurzen lichtte vervolgens zijn actieplan ‘Werk maken van werk in de zorg’ toe, waarin hij ook speciale initiatieven voorziet voor allochtonen. Het leek de minister immers al te gek dat we eerst krachten zoeken in en halen uit het buitenland, terwijl hier al zulke goede allochtone krachten wonen.

Het bijzonderste moment van de avond brak aan toen vier dames uit de Turkse gemeenschap, echte ‘rolmodellen’, het woord namen. Zij vertelden over hun eigen ervaringen als adjunct-hoofdverpleegkundige, verpleegkundige of zorgkundige. Een paar quotes.

“In onze Turkse cultuur is zorg dragen voor mensen uit onze familie of onze buurt heel vanzelfsprekend. Zorg dragen voor mensen die we niet kennen is minder evident. Dat moet veranderen, onze toekomst ligt in de zorg.”

“Verpleegkunde is méér dan een wit schortje aandoen, het is méér dan alleen wassen en plassen.”

“Toen ik mijn diploma als verzorgende behaalde, begon ik te werken in een kinderopvang. Mijn mama, zelf analfabete, vond echter dat ik al mijn capaciteiten moest benutten en liet me verder studeren. Nu ben ik als verpleegkundige aan de slag in een ziekenhuis.”

“In het ziekenhuis waar ik werk komen zowel Belgische als Turkse patiënten over de vloer. Onze leidinggeven zijn vaak blij dat wij er zijn om te tolken.”

“Mensen zien mij niet als een Turkse of als een immigrante, mensen zien mij als Yeter.”

Na deze pareltjes van getuigenissen, voerden voorzitter van het Vlaams Parlement Tom Dehaene en directeur Geert Polfliet van wzc Ter Hovingen nog een kort gesprekje over de belangrijke rol van allochtone medewerkers. Ook bij de aanwerving van nieuwe kandidaten, zo blijkt. Een glunderende directeur liet weten dat zijn allochtone medewerkers bij nieuwe vacatures zelf actief op zoek gaan. Tot slot gaf een dame van Familiehulp toelichting bij de opleidingen tot verzorgende/zorgkundige. Een afsluitende receptie gaf de mensen de kans om even de hoofden bij elkaar te stoppen en alle informatie rustig te verwerken.

Zorgnet Vlaanderen organiseert aanstaande vrijdag een studiedag over goede zorg bij etnisch-culturele diversiteit. Vanaf begin volgende week kunt u twee filmreportages uit de praktijk terugvinden op onze website en op Youtube.

Geplaatst in Management en beleid, Verhalen uit de praktijk | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Leren van elkaar

Enkele dagen geleden werd een nieuw Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de social profit afgesloten. Eén van de onderhandelaars was Frank Cuyt, algemeen directeur van het Vlaams Welzijnsverbond. In de nieuwe Zorgwijzer staat trouwens een interview met hem.

Het is altijd goed om van collega’s onder elkaar te leren. Daarom kwam Frank Cuyt maandag even langs bij Zorgnet Vlaanderen. Om toelichting te geven bij het akkoord, maar ook om even te schetsen hoe de onderhandelingen op Vlaams niveau verlopen. En er zijn toch wel wat verschillen met de zorgsector, die gelijkaardige akkoorden moet afsluiten, maar dan op federaal niveau.

De belangrijkste vaststelling is dat op Vlaams niveau sprake is van een echt drie-partijen-overleg: de Vlaamse regering zit samen aan tafel met werknemers en werkgevers. Logisch? Ja, dat vinden wij ook. Maar op federaal gebied is de realiteit anders. Daar komen de werkgevers er nauwelijks aan te pas. De minister van Sociale Zaken onderhandelt alleen met de vakbonden. Na onderhandeling tussen kabinet en vakbonden mogen de werkgevers nog wat punten en komma’s toevoegen, meer niet. Dat is jammer, en wel om verschillende redenen.

De meest voor de hand liggende reden is dat het niet of nauwelijks betrekken van de werkgevers bij het overleg niet erg democratisch is en dat de bereikte akkoorden dan ook geen breed draagvlak hebben. Maar even belangrijk is dat het voor iedereen beter is dat werkgevers en werknemers geregeld samen aan tafel zitten om afspraken te maken met elkaar. Alleen zo leren beide partijen elkaar beter kennen en kunnen compromissen gesloten worden die voor iedereen win-winsituaties opleveren.

Dat het werkt, leert de ervaring op Vlaams niveau. Is het sluiten van akkoorden daar gemakkelijker? Niet per se. Maar het wederzijds begrip is er wel groter. En de gesloten akkoorden worden breed gedragen door alle partijen.

Geplaatst in Management en beleid, Non-profit | Tags: | Een reactie plaatsen

Tweede pensioenpijler nodig in gezondheidszorg

In de Belgische ziekenhuizen zijn ongeveer 11% van de personeelsleden vastbenoemde ambtenaren. Tijdens hun carrière doen zij hetzelfde werk als hun collega’s met een gewoon arbeidscontract en krijgen zij minstens hetzelfde loon. De vastbenoemden krijgen echter een pensioen dat na een volledige carrière 500 euro netto per maand meer bedraagt. U leest het goed: 500 euro, elke maand, netto.

Dat de pensioenkas voor deze ambtenaren leeg raakt, is maar één probleem in dat verband. Zorgnet Vlaanderen steunt alle mogelijke duurzame oplossingen in dit dossier.

Een tweede probleem is echter de verontrustende vaststelling dat de overheid zich blijkbaar geen vragen stelt over de grote verschillen in pensioen van enerzijds de vastbenoemden en anderzijds de contractuelen, die wel 89% van het personeel uitmaken.

Zorgnet Vlaanderen pleit voor een fundamentele hervorming, waarin onder meer een tweede pensioenpijler de contractuele medewerkers ook een degelijk pensioen moet garanderen.

Dat het geen theoretische discussie betreft, maar een harde werkelijkheid, bewijst de lezersbrief van een directeur van een zorginstelling. De briefschrijver is ons bekend, maar wil liever anoniem blijven. Zijn getuigenis is er niet minder om:

“Ik wou even reageren op de paragraaf in uw nieuwsbrief in verband met de ongelijkheid in de pensioenen.
 Zelf ben ik ‘ervaringsdeskundige’, ik ga binnen enkele maanden op brugpensioen aan zegge en schrijve ongeveer 1.100 euro per maand netto (het wettelijk voorziene bedrag, geen opleg van de werkgever, geen Canada Dry…) Na enkele jaren ontvang ik mijn volledige pensioen: ongeveer 1.300 € netto per maand.
Gelukkig heeft mijn echtgenote voor de overheid gewerkt als onderwijzeres: zij ontvangt 1.880 euro pensioen. We kunnen dus verder.
Een tweede pensioenpijler(tje) is nu pas in de maak in de voorziening waarin ik werk, daar kan mijn generatie niet op rekenen. Maar goed, niet geklaagd, geld maakt niet gelukkig.
Maar wat met de alleenverdieners/gezinshoofden in de gezondheidszorg? Wat met al de vrouwelijke medewerkers die jarenlang part-time gewerkt hebben? Die door omstandigheden alleenstaand zijn geworden? Zij halen hoogstens het minimumpensioen! Als (onder)waardering voor hun jarenlange inzet in moeilijke omstandigheden kan dat toch wel tellen. Terwijl statutaire ambtenaren een royaal pensioen ontvangen, dikwijls nog aangevuld met bijkomende voordelen (uit de gemeentekas, bijvoorbeeld).
Ik vind het dus zeer terecht dat Zorgnet Vlaanderen hieraan iets wil doen. Wil men deze sector ernstig nemen, dan zal men toch het hele pakket eens goed moeten bekijken, anders kunnen we voor de komende jaren op geen instroom van nieuwe jonge krachten meer rekenen.”

 

Geplaatst in Management en beleid, Verhalen uit de praktijk | Tags: , | Een reactie plaatsen

Nog een luchtbel, en wel één van 1,3 miljard euro

Eerstdaags wordt de opmaak van de begroting 2012 aangevat. Wie de begroting ook maakt – Leterme of Di Rupo – het wordt een moeilijke oefening. Er moeten immers vele miljarden euro’s bespaard worden. De boodschap is de jongste maanden al vele malen unisono herhaald: we zullen het allemaal voelen in onze portemonnee.

Dat daarbij ook weer de sociale zekerheid en de gezondheidszorg tegen het licht zullen worden gehouden, staat in de sterren geschreven. En, laat ons eerlijk zijn, dat is ook begrijpelijk. Als we oprecht willen dat ons systeem van sociale zekerheid niet alleen de komende tien jaar, maar ook voor de generatie na ons houdbaar blijft, dan mogen we de kop niet in het zand steken.

Uiteraard kan niet zomaar overal de botte bijl gehanteerd worden. De uitdagingen van de vergrijzing zijn immens. De omslag van acute naar chronische zorg noopt tot een ander beleid.  Dat zal investeringen vergen, hoe dan ook. Om voldoende mensen in de zorg aan het werk te krijgen, moeten de zorgberoepen bovendien aantrekkelijker gemaakt worden. Er kan dus niet eender waar gesnoeid worden in de gezondheidszorg. U, uw kinderen en uw ouders hebben ook morgen nog recht op een betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle zorg. Want daarover gaat het.

Hier en daar zijn echter wel degelijk rationalisaties mogelijk. Zo hekelt een recent rapport van het Rekenhof dat  het RIZIV-budget de jongste zes jaar voor meer dan 2,8 miljard euro werd geïndexeerd, terwijl  er maar ongeveer 1,6 miljard euro effectief naar indexaties ging. Er zit dus, naast allerlei provisies, toekomstfondsen en budgetoverdrachten naar het  globaal beheer van de sociale zekerheid, een extra luchtbel in het indexatiesysteem van bijna 1,3 miljard euro. Dat is gemiddeld meer dan 180 miljoen euro per jaar. Op al deze luchtbellen wordt trouwens elk jaar opnieuw de 4,5% groeinorm én een indexatie toegepast, waardoor de bel nog steeds verder aangroeit. Het verleden leert echter dat bubbles, zoals bvb. de dotcombubble of de vastgoedbubble in Amerika, Ierland en Spanje, gedoemd zijn om vroeg of laat uiteen te spatten. Indien we dus niet snel op een meer orthodoxe manier de begroting voor de verplichte ziekteverzekering gaan opstellen, zal ook de RIZIV-bubble misschien al binnenkort met deze harde wetmatigheid geconfronteerd worden.

Willen we, in het belang van patiënt en zorgverstrekker, ons huidige gezondheidssysteem vrijwaren, dan is budgettaire orthodoxie en meer maatschappelijke verantwoording noodzakelijk. We moeten af van beleid dat willens en wetens luchtbellen opneemt in de begroting om meeruitgaven te kunnen maskeren. Dit is het enige recept om proactief, voor het geval ons land in het vizier zou komen van internationale speculanten, te vermijden dat de sociale zekerheid als eerste het slachtoffer wordt van blinde en draconische besparingen, zoals ze zich op dit moment bvb. in Griekenland voordoen.

 

Geplaatst in Management en beleid | Tags: , | Een reactie plaatsen

Makro haalt radiospot uit de ether

Verschillende zorgvoorzieningen en Zorgnet Vlaanderen hebben vorige vrijdag alert gereageerd op een ongelukkige radiospot van Makro.

De reactie van Makro was echter al even snel en alert. Makro laat weten dat het zeker niet hun bedoeling was om mensen te kwetsen of te stigmatiseren. Het bedrijf verontschuldigt zich en haalt de radiospot meteen uit de ether.

Hoed af voor zo’n sportieve en verstandige reactie!

Geplaatst in Communicatie en marketing, Ethiek, Geestelijke gezondheidszorg | Tags: , | Een reactie plaatsen