Rusthuizen zijn vaak te defensief ingesteld om te leren uit kritiek. Dit stelt klinisch psycholoog Luc Van de Ven van UZ Leuven in het artikel ‘Rusthuis Tristesse’ in De Standaard van 12 november. Inderdaad, elke klacht is een unieke kans om je organisatie bij te sturen, fouten in de toekomst te vermijden en de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren. Zorgnet Vlaanderen stimuleert al jaren initiatieven die de zorgkwaliteit en de participatie van de bewoners in de woonzorgcentra bevorderen en velen maken daar elke dag werk van. Meestal is er een bewonersraad actief, worden er frequent tevredenheidsmetingen gedaan en kwaliteitsprojecten opgezet (decubituspreventie, medicatie, besmettingsrisico, voeding…). Bovendien hebben we een systeem van zelfevaluatie opgezet, dat heel methodisch is opgebouwd en de sterke en zwakke punten blootlegt. Zo kunnen we verbeterplannen opmaken. Dat is voor ons de eerste stap naar een accreditering van woonzorgcentra. Goede zorg organiseren, vertaald naar de normen van vandaag, is de doelstelling, en een defensieve houding moeten we overstijgen.
In Vlaanderen is de inspectie trouwens behoorlijk streng. De inspectieverslagen zijn publiek beschikbaar. De opeenvolgende ministers van Welzijn waren niet te beroerd om woonzorgcentra te sluiten indien ze niet aan de normen beantwoordden. Volkomen terecht.
Moeten we dan ook de kritiek in de reeks ‘Rusthuis Tristesse’ van De Standaard met open armen ontvangen? Liggen hier kansen waaruit we kunnen leren? Jammer genoeg niet. Daarvoor is het openingsartikel van de reeks te tendentieus, te anekdotisch, te intellectueel oneerlijk. We verklaren ons nader.
Vandaag wonen bijna zeventigduizend mensen in een woonzorgcentrum en ja, daar lopen soms zaken verkeerd. “Voor de bewoner en soms nog meer voor zijn familie, is elk incident er één te veel”, stelt de journalist terecht. We moeten de lat inderdaad hoog leggen. Maar het is wel erg gemakkelijk om langs te gaan bij de Rusthuisinfofoon en de Zorginspectie, daar wat klachten te sprokkelen, er enkele schrijnende verhalen uit te pikken en dan boudweg te stellen: dit is de situatie in de woonzorgcentra, “dit is waarop u zich kunt voorbereiden”. Dit ene zinnetje in de inleiding tot de hele reeks zet de toon meteen. Enkele mistoestanden worden geïsoleerd en zo vanzelf uitvergroot. En het resultaat wordt voorgesteld als ‘de werkelijkheid’ in ‘het rusthuis’.
“De goede voorbeelden zijn dunner gezaaid dan iedereen hoopt”, klinkt het. Zorgnet Vlaanderen zal u tegenover elk voorbeeld van een mistoestand in een woonzorgcentrum honderd positieve voorbeelden geven. Voorbeelden die medewerkers kunnen geven van geslaagde activiteiten die worden georganiseerd, menselijk aangrijpende verhalen van bewoners die uit de eenzaamheid worden getild en zich terug goed en veilig voelen. Voorbeelden verteld door de duizenden vrijwilligers die helpen zorgen voor ontspanning, creativiteit, activering. Voorbeelden van mooie projecten met jongeren van 17, 18 jaar. Dankzij het curriculum in het secundair onderwijs gebeurt dat vaak. Cultuuravonden voor de gemeente of de buurt, die heel bewust georganiseerd worden in het woonzorgcentrum, omdat dit een stapje naar openheid en integratie is.
Wat wel klopt in het artikel, is dat er in de ouderenzorg een nijpend gebrek aan personeel is. De overheid, de VDAB, de vakbonden en de woonzorgcentra doen grote inspanningen om meer mensen te overtuigen om in de zorg te komen werken. Jammer genoeg worden deze inspanningen vaak teniet gedaan door ongenuanceerde berichtgeving die uitsluitend focust op het negatieve.
Onze zorgmedewerkers zijn goud waard. Het is dankzij hun volgehouden engagement en hun oprechte liefde voor hun job dat er elke dag kleine en grote wonderen gebeuren. Want geef toe: ’s nachts als verzorgende helemaal alleen de verantwoordelijkheid moeten dragen voor zestig zwaar zorgbehoevende ouderen die onrustig slapen, geregeld naar het toilet moeten, verzorgd moeten worden, liggen te tobben en soms ook angstig zijn, je moet het maar doen! Gelukkig krijgen deze zorgmedewerkers heel veel dankbaarheid terug van bewoners en familieleden. Geef hen maatschappelijke waardering. Zoals in elke sector en in elk beroep worden fouten gemaakt. Maar hoe je met dit gegeven omgaat, dat is precies de uitdaging.
Dit vraagt verantwoordelijkheid van iedereen. Maak van de buurten veilige en solidaire leefgemeenschappen, zodat mensen niet vereenzamen. Organiseer passende zorgvormen zodat mensen ook tijdelijk kunnen ondersteund en geholpen worden. Maak van rusthuizen open woonzorgcentra, mooi geïntegreerd in de lokale leefgemeenschap. Ga frequent op bezoek bij ouderen, organiseer activiteiten, of steun het vrijwilligerswerk.
Waarom tristesse rond ouderenzorg? Daar moeten we als samenleving eens goed over nadenken. We slaagden er de laatste 40 jaar in om de levensduur met 10 jaar te verlengen. Er bestaan uiteraard grote verschillen tussen mensen. Maar statistisch zijn er 10 gezonde levensjaren toegevoegd. En even statistisch zijn de laatste twee levensjaren een periode van kommer en kwel, van mentale en fysieke achteruitgang. Vroeger rond de 70 jaar, vandaag rond de 80 jaar. En sterven doen we. Daar is niets aan veranderd. Dit is de tristesse van ons bestaan.
Aan deze existentiële realiteit kunnen we niets wijzigen. Maar aan de manier waarop we onze ouderen met zorg, aandacht en warmte omgeven… daar hebben we heel veel mogelijkheden om het goed te doen, telkens beter te doen, zowel in de thuiszorg als in de residentiële zorg.
Deze opiniebijdrage verscheen op maandag 14 november in De Standaard, mee ondertekend door Guido Van Oevelen, voorzitter van Zorgnet Vlaanderen.