Filosoferen rond het nieuwe sterven

Ik heb iets met filosofie. Of beter: ik heb iets met filosofen die filosoferen. Filosofen voor wie filosofie een werkwoord is, een activiteit.

Filosoferen is permanent ideeën verkennen, mensvisies en meningen tegenover elkaar stellen, de werkelijkheid onderzoeken, om zo te proberen de werkelijkheid te ontsluieren. Door dialogeren, praten en filosoferen ontsluiert de werkelijkheid zich. De werkelijkheid laat zich nooit definitief grijpen of doorgronden. Wie het tegendeel gelooft, verzandt in dogmatisme.

Prof. Toon Vandevelde is een filosoof zoals ik ze graag heb. Dat bleek nog maar eens tijdens zijn voordracht op de studiedag ‘Het Nieuwe Sterven’ afgelopen donderdag. Al is voordracht geen goed woord in deze context. Toon Vandevelde filosofeerde, wikte en woog, dacht hardop na, stelde pertinente vragen en nam het publiek mee.

Toon Vandevelde had het onder meer over reciprociteit. Reciprociteit gaat over geven en ontvangen. Die reciprociteit lijkt onder druk te staan in onze hedendaagse maatschappij. Het subjectivisme voert de boventoon. Mensen moeten zelf alle keuzes maken.

Maar is dat wel zo goed? Toon Vandevelde ziet een breder maatschappelijk kader, waarin reciprociteit, kunnen geven en kunnen ontvangen, belangrijk is. Een breder kader dat zingeving toelaat. Dat elk mens toelaat om te zeggen: “Ik mag er zijn. Ik ben er voor de ander en de ander is er voor mij.”

Hebben we het vandaag niet veel te moeilijk met dat laatste? Durven we nog zeggen: ‘de ander is er ook voor mij’? Heel veel mensen lijken schuldgevoelens te krijgen zodra ze hulp nodig hebben. Er mangelt iets aan de reciprociteit die een maatschappij vorm geeft. “Je hebt vroeger gewerkt en je hebt vroeger voor anderen gezorgd. Nu zorgen wij voor jou.”

Zo’n ‘zorgende samenleving’, waarin het goed is om zorg te geven én om zorg te ontvangen, geeft zin. Zo’n samenleving vertelt immers dat het leven de moeite waard is, ook al heb je zorg nodig.

Mooi vond ik dat. En een sterk begin van een rijke studiedag. Ik kom er later nog op terug.

Geplaatst in Ethiek, Ouderenzorg | Getagget , , , , , | Plaats een reactie

Hoe zou je zelf opgevangen willen worden?

Vorige week vond in Brussel de ‘GPS2021 Academie – Bouwstenen voor een vraaggerichte en vraaggestuurde zorg’ plaats. Centrale gast was Gabrielle Verbeeck. Ze stelde aan het begin van haar voordracht een interessante vraag: hoe zou je zelf opgevangen en begeleid willen worden als je zorgafhankelijk wordt? Het was het begin van een interessante reflectie en discussie.

Op uitnodiging van stafmedewerker Roel Van de Wygaert van Zorgnet Vlaanderen stuurden enkele deelnemers achteraf een reactie. Een kleine bloemlezing uit de (ingekorte) reacties:

We werden zelf aan het werk gezet om in eerste instantie met onze buren in de zaal in gesprek te gaan, over hoe wijzelf zouden willen opgevangen en begeleid worden, mochten we langdurig zorgafhankelijk worden. Uit de discussie die daarop volgde kwamen interessante insteken. Een overweging die me bijbleef was de paradox dat de meesten gesteld waren op hun individuele vrijheid en privavy, maar zodra we met dementie geconfronteerd worden een groepsbenadering plots beter is?
Een gedachte die ik voor mezelf meeneem is dat we inderdaad de transitie moeten maken naar meer vraaggestuurde organisaties, maar dat we dit niet te veel in een instrumenteel maar wel in een relationeel kader moeten plaatsen. De essentie van onze werking is nog steeds het in relatie treden met de bewoner die in onze organisatie komt wonen en binnen die relatie de wensen van de bewonermoeten beluisteren en maximaal valoriseren binnen een kader van een evenwaardig onderling overleg. De bejegening op een respectvolle manier met aandacht voor de waardigheid van de bewoner is een hierbij noodzakelijke voorwaarde.
Paul Braem, directeur Regina Coeli. Woon- en zorgcentrum voor senioren vzw, Sint-Andries

Willen we niet allemaal inspraak in de zorg, zelf de regie in handen kunnen houden en liefdevol, maar niet betuttelend benaderd worden? Helaas blijkt dat onze eigen organisatie op vandaag niet in al onze wensen op de invulling van deze zorg zou kunnen voldoen. Nog wat werk aan de winkel dus…

Ook de discussie in kleine groepjes over “zijn we vraaggestuurd bezig in onze organisatie?” en “wat kunnen wij als directieleden hieraan bijdragen?” was boeiend. Tijdens de nabespreking in de zaal waren we kritisch (wat had je gedacht…). Is vraaggestuurde zorg wel het ultieme doel? Is relatiegerichte zorg niet even belangrijk? Dat het belangrijk is de vraag van de cliënt te beluisteren, zal niemand betwisten. Maar is het HOE niet minstens even belangrijk dan de vraag WAT of WANNEER?
Mieke Vandorpe, directeur zorgregio Leuven Familiehulp

In mijn wensboom schrijf ik thuis blijven, waardigheid, zelfbeslissing, vriendschap, intimiteit, perspectief. Ik kan niet kiezen, ik vind het allemaal belangrijk. Welke acties zullen mijn hulpverleners in mijn actiekaart willen opnemen? Zullen ze echt luisteren naar wat ik wil, mij troosten als ik het moeilijk heb, respect tonen, mij zoveel mogelijk zelf laten beslissen? Zorg op maat is een ingesteldheid, een attitude, de bereidheid om een gelijkwaardige vertrouwensrelatie aan te gaan. Dit kan je als hulpverlener alleen in een organisatie waarin men elkaar van top to bottom ruimte en vertrouwen geeft.

Zorg op maat is jezelf, ook als woonzorgvoorziening zoveel mogelijk ondergeschikt maken aan de noden van je bewoner/cliënt? Wie de zorgverlening aanbiedt is niet belangrijk als het maar goed (gecoördineerd) gebeurt. Elke woonzorg is “thuis”zorg.
Robert Geeraert, directeur Vereniging van de diensten voor gezinszorg van de Vlaamse gemeenschap

Gabriëlle Verbeeck maakte ons warm om weg te gaan van de standaardoplossingen en meer maatwerk in te voeren. Hier stuiten we natuurlijk op de paradox van de efficiënte organisatie. Hoe kunnen we maatwerk verzoenen met de vraag naar efficiëntie in onze voorzieningen. Dit kwam niet expliciet aan bod maar dient toch voldoende aandacht te krijgen.

Er werd een mooi inzicht gegeven in de verschillen tussen aanbodgericht, vraaggericht en vraaggestuurd. Waaruit blijkt dat een vraaggestuurde zorg niet in elke situatie opportuun is. Hiervoor dient de zorgvrager het beheer van de zorg zelf in handen te kunnen nemen wat niet voor iedereen haalbaar en/of wenselijk is. Eens de bouwstenen duidelijk waren konden we onze eigen wensboom invullen. Hoe willen we zelf bejegend worden in een zorgrelatie. Een grote consensus bestond er tussen de deelnemers rond privacy waarborgen, de afwezigheid van betutteling en de vrijheid die men mag verwachten. Om hierop in te spelen en volledig vraaggericht te gaan werken, is het cruciaal om ook de organisatie drastisch te hervormen en beslissingsmacht te geven aan de basismedewerkers vanuit een gedragen visie.
Bart Van Bree, algemeen directeur woon- en zorgcentrum O.L.V. van Antwerpen

 We werden gestimuleerd om diep na te denken en te reflecteren over de eigen situatie. Het opmaken van een levensboom was moeilijker dan gedacht en meer dan confronterend, zowel wat betreft de eigen beleving, als de discrepantie tussen hoe we momenteel werken en de ideale situatie om vraaggericht te werken.  De discussies in kleine groepjes waren zeer verrijkend en bevestigen de trend dat we in onze sector letterlijk en figuurlijk nog heel wat grenzen te verleggen hebben. Van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd naar vraaggericht: de boeken van dr. Verbeeck schijnen heel verhelderend en bruikbaar te zijn. Ik ken enkele mensen in mijn huis die hiermee aan de slag willen gaan.
Filip Verhoost, directeur Woon- en Zorgcentrum De Vliet, Zele

Geplaatst in Ouderenzorg | Getagget , , , , , | Plaats een reactie

Herleven in het woonzorgcentrum

“De bewoners van het Seniorencentrum Onze-Lieve-Vrouw zongen en dansten woensdag op oude Vlaamse liedjes. Veel bewoners overladen het centrum met lof, omdat dit soort evenementen hun leven weer de moeite waard maakt.”

Zo begint een artikel in Gazet van Antwerpen van 26 janauri. Het artikel vertelt hoe de bejaarden in het woonzorgcentrum herleven. De vele activiteiten op hun maat spreekt de ouderen aan, maar ook het contact met de kinderen van de kleuterschool.

Het doet deugd om ook dat aspect van het leven in een woonzorgcentrum eens benadrukt te zien. Zorgbehoevende mensen vinden in een woonzorgcentrum dikwijls vreugde en plezier in het leven terug.

Zoals een 90-jarige bewoonster verklaart: “In dit Seniorencentrum is het onmogelijk om mij te vervelen. Ik fiets elke dag vijftien tot twintig minuten op de hometrainer, brei poppenkleedjes en oefen voor de Kabouterdans. Die pasjes moeten we dikwijls herhalen, want ik vergeet nogal snel. Maar dat is niet erg. Ik heb me vandaag met de kinderen op de dansvloer heel goed geamuseerd.”

Krantenartikel Gazet van Antwerpen

Geplaatst in Ouderenzorg, Verhalen uit de praktijk | Getagget , , , | 1 reactie

What’s in a name

Gisteravond was de nieuwjaarsreceptie van Zorgnet Vlaanderen. Het doet altijd deugd om de collega’s, de politici en andere professionals uit de zorgsector in een ontspannen sfeer te mogen begroeten. De grote opkomst van vrienden en collega’s uit alle hoeken van Vlaanderen stemt mij erg tevreden.

Op de nieuwjaarsreceptie koppelen wij graag het aangename aan het nuttige. (Meestal is het omgekeerd.) Daarom nodigen wij elk jaar een prominent spreker uit voor een voordracht over een actueel thema. Gastspreker dit jaar was rector Mark Waer van de KU Leuven. Bezield, belezen en beslagen als hij is, liet Mark Waer zijn licht schijnen over een bijzonder belangrijk thema: de keuzes die we zullen moeten maken in de gezondheidszorg. Wie er niet bij kon zijn of wie de ideeën van Mark Waer hierover graag nog eens naleest, verwijs ik naar het komende nummer van Zorgwijzer, waarin een uitgebreid interview met Mark Waer opgenomen is.

Naast het ernstige luik was er uiteraard ook weer plaats voor een knipoog. Met een ludiek filmpje werd teruggeblikt op drie jaar Zorgnet Vlaanderen. Ja, net geen drie jaar geleden, op 3 februari 2009 om precies te zijn, werd de nieuwe naam Zorgnet Vlaanderen gelanceerd.

Ik herinner me dat we erg lang gediscussieerd en getwijfeld hebben over die nieuwe naam. Maar vandaag ben ik vooral heel erg blij dat we erin geslaagd zijn deze naam ook waar te maken. Zorgnet Vlaanderen is meer dan ooit een ‘netwerk van zorg’ in Vlaanderen. Het is meer dan zomaar een naam; het is een credo, een programma, een beleidsvisie.

Netwerken vormen binnen de zorg en met partners daarbuiten, elkaar versterken en aanvullen, samenwerken om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de noden en de verwachtingen van mensen met een zorgvraag, of het nu ouderen zijn, zieken of mensen met een psychische nood. Dat is de essentie van onze opdracht en dat is ook de essentie van wat Zorgnet Vlaanderen wil zijn.

Geplaatst in Management en beleid | Getagget , | Plaats een reactie

Talent voor zorg

Onlangs was  Mieke Van Hecke, directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs te gast op onze raad van bestuur. Zij had het over de aansluiting onderwijs-werkveld. Een erg actueel onderwerp, ook voor de zorgsector. Zeker nu een hervorming van het secundair onderwijs wordt voorbereid.

Eén betrachting van die hervorming is alvast om het beruchte watervalsysteem tegen te gaan. Het is al langer bekend dat veel ouders de neiging hebben om hun kinderen ‘zo hoog mogelijk’ te laten beginnen. Het idee hierachter lijkt niet eens zo gek: als het niet lukt, kan zoon of dochter nog altijd een niveau zakken.

Er is echter iets fundamenteel fout met deze redenering. Ze houdt immers een hiërarchie van onderwijsniveaus in. Het algemeen secundair onderwijs (ASO) zou dan het hoogste schavot zijn, gevolgd door het technisch onderwijs (TO), het beroepsonderwijs (BSO) en ten slotte het bijzonder onderwijs. Wij moeten dringend af van dat hiërarchisch denken, want het slaat nergens op. De verschillende onderwijsniveaus zijn even waardevol en leiden alle tot prima professionele kansen na het onderwijs.

Nieuw in de hervorming wordt ook de introductie van brede aandachtsgebieden. Zo zou personenzorg een thema kunnen worden dat in zowel het ASO als het TO en het BSO aan bod kan komen. Voor de zorg zou dat een groot pluspunt kunnen zijn. Vandaag krijg zorg in het ASO immers te weinig aandacht, waardoor weinig jongeren uit het ASO geprikkeld worden om voor zorg te kiezen, terwijl er ook voor studenten met een ASO-opleiding  heel veel kansen zijn in de zorg.

Wat het hoger onderwijs betreft, onthoud ik uit de voordracht van Mieke Van Hecke dat we moeten oppassen voor een opbod aan masteropleidingen tegenover bacheloropleidingen. Ook hier loert een nutteloze en zinloze hiërarchie om de hoek. Een masteropleiding is meer theoretisch en academisch van aanpak, terwijl een bachelor meer praktijkgericht is. Maar beide zijn even waardevol, leiden tot prachtige jobs en verdienen evenveel waardering.

Wat uiteindelijk telt, is dat onze kinderen gelukkige mensen worden, privé en professioneel. Voor iedereen is er een plaats, ook in de zorg. Het is zoals het in de campagne ‘Ik ga ervoor’ klinkt: een zorgjob, dat is werken met hoofd, handen en hart. Elk talent is welkom!

Lees ook het verslag van het bezoek van Mieke Van Hecke op onze website.

Geplaatst in Management en beleid, Non-profit | Getagget , , | Plaats een reactie

Duale systeem is passé

Vorige week donderdag was ik uitgenodigd om deel te nemen aan een symposium van het artsensyndicaat ASGB. Ik sprak er over de ziekenhuisfinanciering als hefboom voor een HR-beleid voor artsen.

Human resources en ziekenhuisartsen. Het is een thema dat veel te lang stiefmoederlijk behandeld is. Maar het artsenberoep maakt een belangrijke evolutie door. Meest in het oog springend zijn de vergrijzing, de vervrouwelijking en het nijpende tekort aan artsen in sommige specialismen. Bovendien is er om diverse redenen een vlucht van artsen uit de ziekenhuizen, ten voordele van de huispraktijk of een privékliniek. Daarnaast zijn vooral jonge artsen meer en meer vragende partij voor een evenwichtige work-life balance. Om al deze redenen besteden ziekenhuizen terecht meer en meer aandacht aan een goed HR-beleid voor hun artsen.

Na het symposium bleef ik nog even napraten met enkele artsen. Die informele contacten leren heel veel. Bijvoorbeeld dat de jonge generatie, en vooral de vrouwelijke artsen, heel anders tegen de dingen aankijkt dan de oudere generatie. De jonge generatie heeft minder last van het vijandbeeld ten aanzien van ziekenhuizen. Zij staan open voor samenwerking, ze willen betrokken worden bij het beleid, zolang ook zij de ruimte krijgen om zich professioneel en privé te optimaal ontwikkelen. Ook in de ziekenhuizen zie je trouwens die evolutie plaatsgrijpen. Voor jongere directies is het evident dat de artsen betrokken worden bij de strategie, het financieel beleid en het investeringsbeleid van het ziekenhuis.

Meer en meer wordt het iedereen duidelijk dat het huidige duale systeem passé is. Om de samenwerking tussen artsen en ziekenhuizen alle kansen te geven, moet ook de financiering daarop afgestemd worden. De tijd is er rijp voor. Voor artsen en ziekenhuizen kan dat een win-winsituatie betekenen. En voor de patiënt al helemaal! Wie heeft de moed om te breken met achterhaalde concepten en samen de toekomst voor te bereiden?

Geplaatst in Management en beleid, Verhalen uit de praktijk, Ziekenhuizen | Getagget , , , | Plaats een reactie

Tristesse van wie?

Rusthuizen zijn vaak te defensief ingesteld om te leren uit kritiek. Dit stelt klinisch psycholoog Luc Van de Ven van UZ Leuven in het artikel ‘Rusthuis Tristesse’ in De Standaard van 12 november. Inderdaad, elke klacht is een unieke kans om je organisatie bij te sturen, fouten in de toekomst te vermijden en de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren. Zorgnet Vlaanderen stimuleert al jaren initiatieven die de zorgkwaliteit en de participatie van de bewoners in de woonzorgcentra bevorderen en velen maken daar elke dag werk van. Meestal is er een bewonersraad actief, worden er frequent tevredenheidsmetingen gedaan en kwaliteitsprojecten opgezet (decubituspreventie, medicatie, besmettingsrisico, voeding…). Bovendien hebben we een systeem van zelfevaluatie opgezet, dat heel methodisch is opgebouwd en de sterke en zwakke punten blootlegt. Zo kunnen we verbeterplannen opmaken. Dat is voor ons de eerste stap naar een accreditering van woonzorgcentra. Goede zorg organiseren, vertaald naar de normen van vandaag, is de doelstelling, en een defensieve houding moeten we overstijgen.

In Vlaanderen is de inspectie trouwens behoorlijk streng. De inspectieverslagen zijn publiek beschikbaar. De opeenvolgende ministers van Welzijn waren niet te beroerd om woonzorgcentra te sluiten indien ze niet aan de normen beantwoordden. Volkomen terecht.

Moeten we dan ook de kritiek in de reeks ‘Rusthuis Tristesse’ van De Standaard met open armen ontvangen? Liggen hier kansen waaruit we kunnen leren? Jammer genoeg niet. Daarvoor is het openingsartikel van de reeks te tendentieus, te anekdotisch, te intellectueel oneerlijk. We verklaren ons nader.

Vandaag wonen bijna zeventigduizend mensen in een woonzorgcentrum en ja, daar lopen soms zaken verkeerd. “Voor de bewoner en soms nog meer voor zijn familie, is elk incident er één te veel”, stelt de journalist terecht. We moeten de lat inderdaad hoog leggen. Maar het is wel erg gemakkelijk om langs te gaan bij de Rusthuisinfofoon en de Zorginspectie, daar wat klachten te sprokkelen, er enkele schrijnende verhalen uit te pikken en dan boudweg te stellen: dit is de situatie in de woonzorgcentra, “dit is waarop u zich kunt voorbereiden”. Dit ene zinnetje in de inleiding tot de hele reeks zet de toon meteen. Enkele mistoestanden worden geïsoleerd en zo vanzelf uitvergroot. En het resultaat wordt voorgesteld als ‘de werkelijkheid’ in ‘het rusthuis’.

“De goede voorbeelden zijn dunner gezaaid dan iedereen hoopt”, klinkt het. Zorgnet Vlaanderen zal u tegenover elk voorbeeld van een mistoestand in een woonzorgcentrum honderd positieve voorbeelden geven. Voorbeelden die medewerkers kunnen geven van geslaagde activiteiten die worden georganiseerd, menselijk aangrijpende verhalen van bewoners die uit de eenzaamheid worden getild en zich terug goed en veilig voelen. Voorbeelden verteld door de duizenden vrijwilligers die helpen zorgen voor ontspanning, creativiteit, activering. Voorbeelden van mooie projecten met jongeren van 17, 18 jaar. Dankzij het curriculum in het secundair onderwijs gebeurt dat vaak. Cultuuravonden voor de gemeente of de buurt, die heel bewust georganiseerd worden in het woonzorgcentrum, omdat dit een stapje naar openheid en integratie is.

Wat wel klopt in het artikel, is dat er in de ouderenzorg een nijpend gebrek aan personeel is. De overheid, de VDAB, de vakbonden en de woonzorgcentra doen grote inspanningen om meer mensen te overtuigen om in de zorg te komen werken. Jammer genoeg worden deze inspanningen vaak teniet gedaan door ongenuanceerde berichtgeving die uitsluitend focust op het negatieve.

Onze zorgmedewerkers zijn goud waard. Het is dankzij hun volgehouden engagement en hun oprechte liefde voor hun job dat er elke dag kleine en grote wonderen gebeuren. Want geef toe: ’s nachts als verzorgende helemaal alleen de verantwoordelijkheid moeten dragen voor zestig zwaar zorgbehoevende ouderen die onrustig slapen, geregeld naar het toilet moeten, verzorgd moeten worden, liggen te tobben en soms ook angstig zijn, je moet het maar doen! Gelukkig krijgen deze zorgmedewerkers heel veel dankbaarheid terug van bewoners en familieleden. Geef hen maatschappelijke waardering. Zoals in elke sector en in elk beroep worden fouten gemaakt. Maar hoe je met dit gegeven omgaat, dat is precies de uitdaging.

Dit vraagt verantwoordelijkheid van iedereen. Maak van de buurten veilige en solidaire leefgemeenschappen, zodat mensen niet vereenzamen. Organiseer passende zorgvormen zodat mensen ook tijdelijk kunnen ondersteund en geholpen worden. Maak van rusthuizen open woonzorgcentra, mooi geïntegreerd in de lokale leefgemeenschap. Ga frequent op bezoek bij ouderen, organiseer activiteiten, of steun het vrijwilligerswerk.

Waarom tristesse rond ouderenzorg? Daar moeten we als samenleving eens goed over nadenken. We slaagden er de laatste 40 jaar in om de levensduur met 10 jaar te verlengen. Er bestaan uiteraard grote verschillen tussen mensen. Maar statistisch zijn er 10 gezonde levensjaren toegevoegd. En even statistisch zijn de laatste twee levensjaren een periode van kommer en kwel, van mentale en fysieke achteruitgang. Vroeger rond de 70 jaar, vandaag rond de 80 jaar. En sterven doen we. Daar is niets aan veranderd. Dit is de tristesse van ons bestaan.

Aan deze existentiële realiteit kunnen we niets wijzigen. Maar aan de manier waarop we onze ouderen met zorg, aandacht en warmte omgeven… daar hebben we heel veel mogelijkheden om het goed te doen, telkens beter te doen, zowel in de thuiszorg als in de residentiële zorg.

Deze opiniebijdrage verscheen op maandag 14 november in De Standaard, mee ondertekend door Guido Van Oevelen, voorzitter van Zorgnet Vlaanderen.

 

Geplaatst in Communicatie en marketing, Ouderenzorg, Verhalen uit de praktijk | Getagget , , , | Plaats een reactie